Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres] , te [woonplaats 1] , eisers,
het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen, verweerder,
[derde partij]te [woonplaats 2] .
Procesverloop
Overwegingen
29 november 2018 verklaard dat een “veegherziening buitengebied” wordt voorbereid voor het gehele grondgebied van de gemeente Tubbergen. In dit voorbereidingsbesluit zijn, voor zover hier van belang, de navolgende (verbods)bepalingen opgenomen:
19 november 2019, heeft verweerder aan eisers een last onder dwangsom opgelegd. De last houdt in dat eisers de huisvesting van personen, die niet een onderlinge verbondenheid hebben en waarbij geen sprake is van continuïteit in de samenstelling van het huishouden, moet beëindigen en beëindigd houden. Indien niet uiterlijk op 1 oktober 2019 aan de last is voldaan, verbeuren eisers een dwangsom van € 25.000,- ineens. De overtreding betreft het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo en het op 30 november 2018 in werking getreden voorbereidingsbesluit, in samenhang met het ontwerpbestemmingsplan.
30 november 2018, herroepen. Als de onrechtmatige last niet zou zijn opgelegd dan wel in een eerder stadium (in ieder geval voor 30 november 2018) zou zijn herroepen, had [naam 2] de feitelijke bewoning voor de peildatum kunnen aanvangen en zou op de peildatum de woning feitelijk zijn gebruikt voor kamerbewoning, zo begrijpt de rechtbank de motivering van eisers.
20 mei 2019, gehandhaafd in het bestreden besluit van 19 november 2019, rechtmatig is. Ook is niet in geschil dat ten tijde van de controle op 2 oktober 2019, oftewel na het verstrijken van de begunstigingstermijn op 1 oktober 2019, niet aan deze last was voldaan. Gelet op de bewoording van de last is daarom op 2 oktober 2019 van rechtswege de gehele dwangsom van € 25.000,- verbeurd. Op 22 januari 2020 was verweerder bevoegd deze verbeurde dwangsom in te vorderen.