Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding en de producties 1 tot en met 12;
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn gehuwd en in een echtscheidingsprocedure verwikkeld waarbij een dochter is betrokken. De vrouw verzocht om een straat- en contactverbod tegen de man vanwege een incident waarbij de man heimelijk een opname maakte van de vrouw en haar nieuwe vriend, en deze opname verspreidde. Dit leidde tot ernstige spanningen en beëindiging van omgang tussen man en dochter.
De vrouw vorderde ook dat de man de opname zou verwijderen en vernietigen, met dwangsommen bij overtreding. De man erkende het incident, maar stelde dat het een eenmalige uiting was in een emotionele periode en dat hij het contact met de vrouw niet meer zou zoeken. Hij wilde contact met zijn dochter behouden en had stappen ondernomen om tot een omgangsregeling te komen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het straat- en contactverbod een zware inbreuk is op bewegingsvrijheid en dat daarvoor hoge bewijslast geldt. Hoewel het incident ernstig was, was het een eenmalig voorval en was er sindsdien geen herhaling. De vrouw had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het verbod nu gerechtvaardigd was. Ook de vordering tot vernietiging van de opname werd afgewezen vanwege praktische onhaalbaarheid.
Er werd een tijdelijke omgangsregeling getroffen waarbij de man zijn dochter eenmaal per week kort kon zien onder begeleiding. De voorzieningenrechter benadrukte dat de man zich niet mocht misdragen en dat de vrouw bij toekomstige incidenten opnieuw rechtsmaatregelen kan nemen. De kosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot straat- en contactverbod en vernietiging van de opname af en stelt een tijdelijke omgangsregeling vast.