Verzoekster was sinds 10 mei 2007 werkzaam als schoonmaakster op het object Artez, eerst bij Novon, daarna via heraanbesteding bij ISS en weer terug bij Novon. Na langdurige ziekte werd haar contract opgezegd en betaalde Novon een transitievergoeding gebaseerd op een indiensttreding per 1 februari 2014.
Verzoekster stelde dat de transitievergoeding onjuist was berekend en dat de indiensttredingsdatum terug moest gaan tot 26 augustus 1993 of subsidiair tot 10 mei 2007, vanwege opvolgend werkgeverschap. Novon betwistte dit.
De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van opvolgend werkgeverschap tussen Novon en ISS vanaf 10 mei 2007, omdat de werkzaamheden hetzelfde waren en de werkgevers gebonden zijn aan de cao-regels bij heraanbesteding. De periode vanaf 26 augustus 1993 werd niet meegerekend omdat die werkzaamheden op een ander object plaatsvonden en er geen opvolgend werkgeverschap was.
De kantonrechter veroordeelde Novon tot nabetaling van € 6.758,17 bruto transitievergoeding, wettelijke rente en proceskosten, en wees het overige verzoek af.