Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
9 januari 2020.
mr. S. Markink-Grolman en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman
mr. A.P.E.M. Pover, advocaat te Meppel, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
door in de periode van 21 maart 2019 tot en met 30 maart 2019 meermalen, althans eenmaal, (middels de e-mail) contact op te nemen met voornoemde [aangeefster 1] en/of door zich op 30 maart 2019 op voornoemde locatie op of omstreeks 04:20 uur te bevinden in en/of in de nabijheid van voornoemde locatie;
in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [aangever] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
7 maart 2019 schuldig gemaakt aan het mishandelen van [aangeefster 1] . Zij heeft hierbij behoorlijk letsel opgelopen, onder meer een gebroken neus en bloeduitstortingen/zwellingen aan het hoofd, de rug en benen. De rechtbank rekent het verdacht aan dat hij aangeefster telkens in haar vertrouwde omgeving heeft opgezocht, en met het toegepaste geweld inbreuk heeft gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Het spreekt voor zich dat deze feiten enorme impact hebben gehad op aangeefster en dat zij erg bang voor verdachte moet zijn geweest. Verdachte lijkt de reikwijdte, ernst en gevolgen van zijn gedragingen niet te beseffen.
8.De schade van benadeelden
€ 2.283,76, (zegge: tweeduizend tweehonderddrieëntachtig euro en zesenzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade heeft betrekking op het vervangen van een deur, laminaat, een televisie, een lamp en een lectuurbak. De benadeelde partij heeft ter zitting medegedeeld dat de schadeposten die zien op de lamp en de lectuurbak mogen vervallen.
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderveertig uren);
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 dagen;
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
benadeelde partij [aangever](feit 6) in het geheel
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter van Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 16 oktober 2017 met parketnummer 18/136014-17 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
twee weken.
Wij zagen op het scherm van de telefoon de volgende informatie staan: [adres 2] 21:43 06-03-2019 - 01:53 07-03-2019. Dit adres betreft de locatie van [park] , daar waar de mishandeling van aangeefster [aangeefster 1] heeft plaatsgevonden. Volgens de locatiegegevens is verdachte ten tijde van de mishandeling op [park] geweest.
Ik was op 12 februari 2019 aanwezig in de Chalet bij [aangeefster 1] .
Op maandag 11 maart 2019 omstreeks 15.50 uur heb ik telefoongesprekken beluisterd. Volgens aangeefster [aangeefster 1] zijn dit telefoongesprekken tussen haar en verdachte [verdachte] . Ik hoor op beide filmpjes een mannen stem welke Engels spreekt.
[verdachte] heeft vanaf het moment dat ze bij mij verbleef continu contact gezocht met [aangeefster 1] . Hij bleef haar bellen en berichten sturen. [verdachte] bleef maar bellen, bellen en bellen. Hij belde dan naar [aangeefster 1] . Ik zie en hoor ook dat het lastigvallen alsmaar door gaat. Ze wordt nog steeds continu gebeld en gemaild.
- het proces-verbaal van bevindingen van 22 maart 2019 (pagina 9);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 9 januari 2020, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
- het proces-verbaal van verhoor van slachtoffer [aangeefster 1] van 30 maart 2019 (pagina 6);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 9 januari 2020, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
- Het proces-verbaal van aanhouding van [verdachte] van 8 oktober 2017 (pagina 5);
- Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 9 januari 2020, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.