Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gevestigd te Stockholm, Zweden,
wonende te [woonplaats],
Rechtbank Overijssel
De vennootschap Hoist Finance AB vordert betaling op grond van een kredietovereenkomst gesloten via Media Lease To Go met een consument. De kantonrechter onderzoekt ambtshalve of Hoist heeft voldaan aan de wettelijke informatie- en zorgplicht, waaronder de kredietwaardigheidstoets zoals voorgeschreven in artikel 7:60 BW Pro en artikel 4:34 Wft Pro.
Hoist heeft een standaardinformatieformulier, algemene voorwaarden en een privacy statement overgelegd, maar heeft niet aangetoond of en wanneer het formulier aan de consument is verstrekt, noch of dit 'geruime tijd' voor het sluiten van de overeenkomst is gebeurd. Tevens is onduidelijk op welke wijze en met welke bewijsstukken de kredietwaardigheid is beoordeeld. De rechtbank benadrukt dat een kredietwaardigheidstoets gebaseerd moet zijn op toereikende informatie, ondersteund door bewijsstukken zoals loonstroken.
De kantonrechter concludeert dat enkel een aanvraagformulier en een BKR-check onvoldoende zijn en dat Hoist niet heeft aangetoond dat zij de wettelijke toets correct heeft uitgevoerd. Gezien het beschermende doel van deze wettelijke bepalingen acht de rechtbank het passend om passende maatregelen te verbinden aan schending, waaronder mogelijk (gedeeltelijke) vernietiging van de overeenkomst. De zaak wordt aangehouden zodat Hoist zich schriftelijk kan uitlaten over de gestelde punten en de betaalde kosten door de consument.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en geeft Hoist gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over de kredietwaardigheidstoets en informatieverstrekking.