Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
a) van een of meerdere (contante) geldbedrag(en), te weten een bedrag van
3.De voorvragen
Bij de beoordeling van deze verklaring spelen omstandigheden waaronder het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat zij pas in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.
Wanneer het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaring van verdachte blijkende alternatieve herkomst van de geldbedragen. Voor een bewezenverklaring van witwassen zal uit dat onderzoek moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen een legale herkomst hebben.
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die, hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon,
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon,
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf,
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder bedoeld aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
- artikel 420bis juncto artikel 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 68 van Pro de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
(categorie E) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt. Omdat het hier een verdachte rechtspersoon betreft neemt de rechtbank een geldboete als uitgangspunt.
8.De in beslag genomen voorwerpen
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
- de artikelen 33, 33a, 47, 51, 62 en 91 van het Wetboek van Strafrecht
- artikel 52 van Pro de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen.
10.De beslissing
geldboete van € 75.000,-- (vijfenzeventigduizend euro);
voor het onder 2 bewezen verklaarde:
geldboete van € 5.000,-- (vijfduizend euro).