Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
2. [slachtoffer 3] en/of anderen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;
subsidiair: [slachtoffer 4] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht;
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
- primair de vorderingen van de benadeelde partijen, gelet op de gevoerde verweren, niet-ontvankelijk moeten worden verklaard,
- subsidiair dat de behandeling van de vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding is; de vorderingen zijn complex omdat er ook sprake is van eigen schuld,
- meer subsidiair de vorderingen onvoldoende onderbouwd zijn met stukken en de hoogte van de bedragen wordt betwist.
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
15 jaren;
€ 27.373,24(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2019);
maatregelop dat veroordeelde verplicht is ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 27.373,24,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 360 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
€ 4.068,69(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2019)
maatregelop dat veroordeelde verplicht is ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.068,69,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 81 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[slachtoffer 6]in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
€ 25.918,-(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2018);
€ 371,=,alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
maatregelop dat veroordeelde verplicht is ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 25.918,-,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 360 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;