De rechtbank Overijssel behandelde op 9 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1945, die lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis en een neurocognitieve stoornis. Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door manische ontregeling, met risico's op brandstichting, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor zichzelf en anderen.
De rechtbank constateert dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De voorgestelde zorg omvat onder meer opname in een accommodatie, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting en het toedienen van medicatie en medische controles. Hoewel ambulante verplichte zorg niet zal worden uitgevoerd, acht de rechtbank opname als ultimum remedium proportioneel en subsidiarisch.
Betrokkene is het niet eens met de machtiging en wil medicatie staken, maar de behandelaars benadrukken het belang van medicatie om de stoornis te stabiliseren. De rechtbank weegt alle belangen en concludeert dat de zorgmachtiging noodzakelijk en evenredig is. De machtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, tot uiterlijk 9 september 2020.