ECLI:NL:RBOVE:2019:946
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- J.A.O.M. van Aerde
- A.A.A.M. Schreuder
- H.T. Pos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer in witwaszaak
In een strafzaak tegen verzoeker, verdacht van witwassen, werd op 12 februari 2019 een wrakingsverzoek ingediend tegen de meervoudige strafkamer die de zaak behandelde. Verzoeker stelde dat de rechtbank vooringenomen was omdat zij in een eerdere beslissing de verklaringen van verzoeker negatief interpreteerde en daarmee vooruitliep op een mogelijke veroordeling.
De rechtbank had een verzoek tot het horen van getuigen afgewezen met de motivering dat de verklaringen van verzoeker onvoldoende waren om nader onderzoek te rechtvaardigen. Verzoeker meende dat deze motivering een vooringenomen standpunt inhield. De wrakingskamer oordeelde echter dat een rechterlijke tussenbeslissing niet als grond voor wraking kan dienen, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die objectief wijzen op vooringenomenheid.
De wrakingskamer stelde vast dat er op het moment van de afwijzing nog geen inhoudelijke behandeling van de feiten had plaatsgevonden en dat verzoeker nog steeds de mogelijkheid had om zijn verhaal toe te lichten. De gebruikte bewoordingen in de motivering konden niet anders worden uitgelegd dan als een kritische houding tegenover de verklaringen, wat binnen de taak van de rechter valt.
Daarom concludeerde de wrakingskamer dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor vooringenomenheid en wees het wrakingsverzoek af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.