Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
op 31 mei 2019 in Balkbrug opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd doordat hij op de N377 met zijn voertuig met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur heeft ingehaald waarbij hij op de andere weghelft terecht is gekomen en in botsing is gekomen met de auto van [slachtoffer 1] die vervolgens frontaal op een andere auto is gebotst en daarbij is overleden, dan wel dat verdachte zich op 31 mei 2019 te Balkbrug als bestuurder van een motorrijtuig zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor iemand is overleden;
op 31 mei 2019 in Balkbrug opzettelijk heeft geprobeerd [slachtoffer 2] van het leven te beroven doordat hij op de N377 met zijn voertuig met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur heeft ingehaald waarbij hij op de andere weghelft terecht is gekomen en in botsing is gekomen met de auto van [slachtoffer 1] die vervolgens frontaal op de auto van [slachtoffer 2] is gebotst, dan wel dat verdachte zich op 31 mei 2019 te Balkbrug als bestuurder van een motorrijtuig zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor iemand zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
op 31 mei 2019 te Balkbrug onder invloed van Amfetamine als bestuurder van een motorrijtuig heeft gereden.
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
[slachtoffer 1] . Ter hoogte van hectometerpaal 18.2 kwam de auto van verdachte in aanrijding met de Toyota, die door deze aanrijding uit koers raakte en op het weggedeelte bestemd voor het hem tegemoet komende verkeer terecht kwam. Daar reed een bestuurster van een Ford Fiesta, te weten [slachtoffer 2] . Hierdoor ontstond een frontale aanrijding tussen de auto van [slachtoffer 1] en de auto van [slachtoffer 2] . [2]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht;
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
- een brief van Verslavingszorg Nederland d.d. 29 juli 2019, opgemaakt door J. Visser en
- het uittreksel justitieel documentatieregister d.d. 3 oktober 2019.
9.De beslissing
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht;
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaar en 6 (zes) maanden;
5 (vijf) jaar.
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Nassau, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 december 2019.