Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
De beslissing om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde. [1] Een uitzonderlijk geval als zojuist bedoeld doet zich onder meer voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet terwijl geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In het geval van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing is de (verdere) vervolging onverenigbaar met het verbod van willekeur. [2] De rechtbank is van oordeel dat uit de door de verdediging naar voren gebrachte feiten en omstandigheden niet kan worden afgeleid dat sprake is van aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing die meebrengt dat een (verdere) vervolging onverenigbaar is met het verbod van willekeur. Van schending van het gelijkheidsbeginsel is de rechtbank evenmin gebleken, nu uit de door de verdediging aangevoerde feiten en omstandigheden niet kan worden afgeleid dat er sprake was van gelijke gevallen, in die zin dat de gevallen ook wat betreft het punt van de haalbaarheid geheel gelijk waren.
4.De bewijsoverwegingen
‘Bon 75236 Deze rekening eerst sturen! (subsidie). Bon 75237 Dit is de werkelijke factuur’. [4]
‘Deze rekening eerst sturen’en
‘Dit is de werkelijke factuur’op de “post-it”-plakker door hem zijn geschreven. [10]
‘ [naam 3] betaalt € 26.500 voor Gps systeem, moet in werkelijkheid betalen € 15.750’. [15]
- ‘Door ons te betalen: Amazone spuit € 175.147,--‘en
- ‘Door ons te ontvangen: verschil wat wij te veel betalen op de nieuwe spuit i.v.m. rekening en echt bedrag: € 85.910,--‘. [21]
‘totaal factuur inzake subsidieregeling € 62.560’en
‘werkelijk te betalen € 46.775,--’. [25]
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
geldboetevan
€ 40.000,-- (veertigduizend euro);
€ 20.000,-- (twintigduizend euro) niet hoeft te worden betaald, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte: