Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2] ,
Rechtbank Overijssel
Eiser vordert hoofdelijke veroordeling van de bestuurders van PFT Holding B.V. en Clean World Nederland B.V. wegens het onbetaald en onverhaalbaar blijven van een vordering op Flevotegel B.V., waarvan deze vennootschappen bestuurder zijn. Flevotegel had bedrijfsactiviteiten gestaakt en een vordering van circa €3.730,42 was onbetaald gebleven.
De rechtbank stelt vast dat enkel het niet nakomen van verplichtingen door de vennootschap onvoldoende is voor bestuurdersaansprakelijkheid. Er moet sprake zijn van een persoonlijk ernstig verwijt aan de bestuurders, waarbij zij bij het aangaan van de verbintenis wisten of behoorden te begrijpen dat de vennootschap niet zou kunnen betalen.
Eiser voert aan dat de bestuurders vertrouwen hebben gewekt over kredietwaardigheid en dat een andere vennootschap op hetzelfde adres dezelfde activiteiten zou ontplooien, wat een schijnconstructie zou zijn. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende feiten heeft gesteld om een ernstig verwijt aan te nemen. De afspraken over betaling waren bekend en er is geen bewijs dat de bestuurders wisten dat Flevotegel niet zou kunnen betalen.
De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn vastgesteld. Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.J.S. Groeneveld-Koekkoek en op 30 januari 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot bestuurdersaansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onvoldoende persoonlijk ernstig verwijt.