Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 20 april 2018, pagina’s 1225 en 1226;
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 10 december 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte.
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , pagina’s 1314 tot en met 1320;
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 10 december 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
feit 3)
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
feit 3)
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardendat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
[slachtoffer 1]van een bedrag van
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten en tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.105,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 21 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 2]van een bedrag van € 5.000,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten en tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.000,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;