ECLI:NL:RBOVE:2018:2543
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking Participatiewet-uitkering in strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Eisers ontvingen vanaf 1 januari 2016 een aanvullende bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Bij een controle in augustus 2017 constateerde verweerder dat eisers structurele wekelijkse bijschrijvingen van hun dochter ontvingen, die zij niet zouden hebben gemeld. Verweerder trok daarop de uitkering met terugwerkende kracht in vanaf 1 januari 2016 en vorderde een bedrag terug.
Eisers betoogden dat verweerder vanaf het begin op de hoogte was van deze bijschrijvingen, omdat deze zichtbaar waren op de bankafschriften die zij bij de aanvraag hadden overlegd. Volgens hen was er geen sprake van een schending van de inlichtingenplicht en waren de bedragen vergoedingen voor boodschappen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bij de oorspronkelijke toekenning geen reden had gezien om de bijschrijvingen te bespreken, waardoor eisers de verwachting mochten hebben dat deze geen invloed hadden op hun recht op bijstand. Het rechtszekerheidsbeginsel verhindert terugwerkende intrekking zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Omdat er geen wijziging in het patroon of substantiële verhoging was, was de intrekking met terugwerkende kracht onjuist.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en bepaalt dat eisers recht hadden op uitkering tot en met 29 september 2017. Verweerder moet dit corrigeren en de proceskosten en griffierecht aan eisers vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waardoor eisers recht houden op uitkering tot en met 29 september 2017.