ECLI:NL:RBOVE:2018:1609
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing openbaarmaking naam melder klacht op grond van Wob wegens bescherming persoonlijke levenssfeer
Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van de naam van degene die een klacht had ingediend over vermeende illegale sloop- en bouwwerkzaamheden. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland, wees dit verzoek af met toepassing van artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wob, omdat het belang van de persoonlijke levenssfeer van de melder zwaarder weegt dan het openbaarheidsbelang.
Eiser stelde dat het algemeen belang gediend is met openlijke discussie tussen klager en aangeklaagde en dat de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat het verzoek zich uitsluitend richtte op de naam van de melder en dat een uitbreiding van het verzoek tijdens de procedure niet mogelijk is. De belangenafweging moet het publieke belang van openbaarheid afwegen tegen het individuele belang van de melder.
De rechtbank nam kennis van de klacht en overwoog dat openbaarmaking van de naam van de melder kan leiden tot ontmoediging van tipgevers en conflicten. De melder had expliciet aangegeven anoniem te willen blijven. De rechtbank concludeerde dat het belang van de persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het openbaarheidsbelang en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naam van de melder wordt niet openbaar gemaakt vanwege het zwaardere belang van de persoonlijke levenssfeer.