Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gemachtigde: mr. R.P. Ridderhof,
Rechtbank Overijssel
Eiseres heeft bij de provincie Overijssel legesaanslagen ontvangen van €634 voor twee aanvragen om ontheffing op grond van artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart, voor locaties in Rijssen en Schalkhaar. De aanslagen betroffen de leges voor het in behandeling nemen van de aanvragen, waarvan één aanvraag later werd ingetrokken. Na een uitspraak op bezwaar waarin de aanslagen werden gehandhaafd, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
Eiseres stelde dat de leges disproportioneel en te hoog waren, omdat de kosten voor een helikoptervlucht ongeveer €700 bedragen en de leges daarmee een onacceptabele verhoging vormen. Ook werd aangevoerd dat de provincie onterecht onderscheid maakte tussen helikopters en andere luchtvaartuigen en dat de rijksbijdrage onjuist was verwerkt in de leges. Verweerder voerde aan dat de vergunningverlening meerdere vluchten en dagen kan omvatten en dat de tariefstelling binnen de provinciale bevoegdheid valt.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie geen rechtstreeks verband vereist is tussen de hoogte van leges en de kosten van de verleende diensten. De financiële impact op helikopterbedrijven raakt de rechtmatigheid van de aanslag niet. Ook is de tariefstelling niet willekeurig of onredelijk en is het motiveringsgebrek niet aannemelijk. De raming van de rijksbijdrage was gebaseerd op de op dat moment beschikbare informatie en een latere wijziging doet hieraan niet af.
Eiseres trok haar beroepsgrond over kostendekkendheid ter zitting in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslagen voor ontheffingen op grond van de Wet luchtvaart wordt ongegrond verklaard.