Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 6],
1.De procedure
- het tussenvonnis in het incident van 1 februari 2017
- de akte van de zijde van [gedaagde 1]
- de antwoordakte van de zijde van Schiphol.
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure tussen Schiphol Nederland B.V. c.s. en [gedaagde 1] c.s. vordert laatstgenoemde op grond van artikel 843a Rv inzage in diverse documenten en geluidsopnames die ten grondslag liggen aan een onderzoeksrapport van Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. De rechtbank beoordeelt of er sprake is van een rechtmatig belang bij de gevraagde stukken en of gewichtige redenen bestaan om afgifte te weigeren.
De rechtbank overweegt dat veel van de gevraagde documenten niet aan het rapport ten grondslag liggen en dat het belang bij inzage daarvan onvoldoende is onderbouwd. Speculatie over mogelijke inhoud en het ontbreken van concrete aanwijzingen maken de vordering niet toewijsbaar. Wel acht de rechtbank het belang van [gedaagde 1] c.s. bij de afgifte van geluidsopnames van cruciaal belang voor de waarheidsvinding, mede omdat deze opnames de juistheid en context van verklaringen kunnen bevestigen.
Hoewel de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing is op de geluidsopnames, weegt het belang van een behoorlijke rechtsbedeling zwaarder dan het belang bij geheimhouding. De rechtbank veroordeelt Schiphol c.s. tot afgifte van deze opnames binnen dertig dagen, onder dreiging van een dwangsom. De overige gevorderde stukken worden afgewezen. De procedure wordt voortgezet met een comparitie op 17 mei 2017.
Uitkomst: Toewijzing vordering afgifte geluidsopnames, overige gevraagde stukken afgewezen wegens gebrek aan rechtmatig belang.