Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
- de onrechtmatigheid van de inbeslagneming
- het uitblijven van een last tot teruggave
Rechtbank Overijssel
In deze zaak klaagde de vrouw van een verdachte over het beslag op een motorboot die op haar naam stond geregistreerd. Zij stelde eigenaar te zijn van de boot, omdat zij de koopovereenkomst had gesloten, de boot met haar geld was betaald en het registratiebewijs op haar naam stond. De officier van justitie betwistte dit en stelde dat de boot in werkelijkheid eigendom was van de verdachte, de echtgenoot van klaagster.
De raadkamer onderzocht het klaagschrift op grond van artikel 94a Sv en beoordeelde of de vrouw als eigenaar kon worden aangemerkt. Uit het dossier bleek dat de boot door de verdachte en een derde was gekocht, dat de verzekering was aangevraagd door de verdachte als enige eigenaar en dat de havenmeester verklaarde dat de verdachte de contactpersoon was en de boot beheerde. Er was geen factuur van de aankoop en het registratiebewijs op naam van de vrouw werd niet als doorslaggevend gezien.
Gezien deze feiten concludeerde de raadkamer dat er voldoende aanwijzingen waren dat de boot aan de verdachte toebehoorde en niet aan klaagster. Omdat niet met buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat klaagster eigenaar was, werd het klaagschrift ongegrond verklaard en het beslag gehandhaafd. De procedure was summier van aard en het onderzoek beperkte zich tot de beschikbare stukken zonder in te gaan op de hoofdzaak.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op de motorboot blijft gehandhaafd.