Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in het geschil tussen
[derde belanghebbenden], te [plaats] ,
Rechtbank Overijssel
Eiseres exploiteert een inrichting voor de verwerking en opslag van dakgrind op een locatie te [plaats]. Het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg legde aan eiseres een last onder dwangsom op wegens overtredingen van voorschriften uit de omgevingsvergunning eerste fase en relevante milieuwetgeving. Eiseres betwistte het handhavend optreden en stelde dat de last onduidelijk was, de dwangsom onredelijk hoog en de begunstigingstermijn te kort.
De rechtbank stelt vast dat eiseres de overtredingen niet betwist en dat het bestuursorgaan bevoegd is tot handhaving op grond van artikel 125 Gemeentewet Pro. Er is geen concreet zicht op legalisering van alle activiteiten en geen bijzondere omstandigheden die handhaving onevenredig maken. De last is voldoende duidelijk geformuleerd, verwijzend naar geldende voorschriften en wetgeving.
De begunstigingstermijn is niet te kort, aangezien eiseres al sinds 2014 op de hoogte was van de verplichting tot het treffen van voorzieningen voor opslag van slib. Het verbinden van één dwangsom aan de gehele last is toegestaan en niet nadelig voor eiseres. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt opgemerkt dat het bestreden besluit later is vernietigd in een andere procedure, zodat thans geen dwangsommen worden verbeurd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het handhavend optreden bevestigd.