Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 februari 2016, inclusief producties (5)
- het herstelexploot van 19 februari 2016
- de akte overlegging producties van [eiseres] , inclusief productie (1)
- de mondelinge behandeling van 10 mei 2016
- de pleitnota van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , inclusief producties (5)
- de aanhouding ten behoeve van minnelijk overleg
- de berichten van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en [eiseres] van respectievelijk 6 juni 2016 en 16 juni 2016 met het verzoek vonnis te wijzen.
2.De feiten
€ 234.275,00, steeds te verminderen met de door [gedaagde 1] alsdan reeds gedane aflossingen.
3.Het geschil
€ 4.000,00 vanwege nalatigheid in de uitvoering van de tijdens de comparitie van 14 juli 2011 gemaakte afspraken
4.De beoordeling
€ 1.000,00 niet nader onderbouwd, terwijl dit gelet op de betwisting van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van die vordering wel op haar weg lag. Deze vordering zal eveneens als onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd worden afgewezen.