Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De beoordeling
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
(PG boek 6, pag. 745) is -voor zover thans van belang- het volgende te lezen
(waarbij artikel 6.3.2.8 artikel 6:179 is Pro):
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert eiseres dat de rechtbank vaststelt dat gedaagde aansprakelijk is voor een ongeval met het paard op 13 mei 2012, dan wel subsidiair dat gedaagde ten tijde van het ongeval bezitter was van het paard in de zin van artikel 6:179 BW Pro. Gedaagde voert verweer en stelt dat het geschil niet geschikt is voor deelgeschilbehandeling omdat meerdere geschilpunten spelen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek wel geschikt is voor deelgeschil en richt zich op de vraag wie de bezitter van het paard is. Uit de feiten blijkt dat eiseres het paard verzorgde, de kosten droeg en het paard als haar eigen dier mocht beschouwen, terwijl gedaagde eigenaar bleef. De rechtbank volgt de uitleg van artikel 6:179 BW Pro en de parlementaire geschiedenis en concludeert dat eiseres het paard voor zichzelf hield en daarmee bezitter was.
Daarmee wijst de rechtbank het verzoek van eiseres af omdat zij zelf als bezitter moet worden aangemerkt en niet gedaagde. De overige geschilpunten behoeven geen bespreking meer. De proceskosten worden gecompenseerd omdat beide partijen belang hadden bij een beslissing over de bezitsvraag.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek af en oordeelt dat eiseres als bezitter van het paard moet worden aangemerkt.