Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
mr. F. Koster, in zijn hoedanigheid van kantonrechter in deze rechtbank, verder te noemen mr. Koster.
Rechtbank Overijssel
Verzoeker diende een tweede wrakingsverzoek in tegen kantonrechter Koster, stellende dat nieuwe feiten de rechterlijke onpartijdigheid in het geding brachten. De wrakingskamer overwoog dat de aangedragen feiten al bekend waren bij het eerdere verzoek en dat de nieuwe gronden een herhaling van eerdere stellingen betroffen. Tevens werd verwezen naar eerdere beslissingen en relevante rechtspraak.
De wrakingskamer concludeerde dat de nieuwe feiten geen nieuw feit of omstandigheid (nova) waren zoals bedoeld in artikel 37 lid 4 Rv Pro, waardoor het verzoek niet in behandeling werd genomen. Daarnaast werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken tegen dezelfde rechter in deze zaak niet meer in behandeling worden genomen, omdat verzoeker misbruik van het wrakingsmiddel maakt.
De beslissing werd genomen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2016. Hiermee is het wrakingsverzoek definitief afgewezen en is de procedure voor nieuwe wrakingsverzoeken in deze zaak gesloten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Koster wordt niet in behandeling genomen en toekomstige verzoeken worden geweerd wegens misbruik van recht.