Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
KATHOLIEK ONDERWIJS ENSCHEDE,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
Rechtbank Overijssel
De werkgever heeft bij de rechtbank Overijssel een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van de bedongen arbeid, zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW en artikel 6:669 lid 3 onder Pro d BW. De werknemer erkent de ongeschiktheid zonder dat dit haar kan worden verweten en ziet geen mogelijkheden voor herplaatsing binnen een redelijke termijn.
Partijen zijn het erover eens dat ondanks de geboden gelegenheid tot verbetering het functioneren van de werknemer niet is verbeterd en dat herplaatsing niet mogelijk is. De kantonrechter oordeelt daarom dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 april 2016, rekening houdend met een opzegtermijn van drie maanden.
Ten aanzien van de proceskosten beslist de kantonrechter dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 31 december 2015 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter E.W. de Groot.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 april 2016 wegens ongeschiktheid en ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden.