ECLI:NL:RBOVE:2015:4121
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van zuivere aanvaarding nalatenschap en executeurschap in erfrechtelijke procedure
Op 4 januari 2003 overleed de moeder van eisers zonder testament. Op 18 maart 2014 overleed hun vader, die zijn nalatenschap bij testament aan gedaagde naliet, met een regeling voor het geval van verwerping. Gedaagde voerde een preliminair verweer dat eisers niet ontvankelijk zouden zijn omdat er een executeur was benoemd. De rechtbank oordeelde dat eisers, die zelf tot executeur waren benoemd en een last hadden verstrekt om de procedure voort te zetten, ontvankelijk zijn.
De kern van het geschil betreft de vraag of gedaagde de nalatenschap zuiver heeft aanvaard door daden van aanvaarding te verrichten, ondanks haar akte van verwerping. Eisers stelden dat gedaagde onder meer een boedelnotaris had benoemd, schulden had betaald, een auto had overgeschreven en verkocht, en bankrekeningen had leeggehaald. Gedaagde betwistte deze feiten en stelde dat het merendeel beheersdaden betrof of dat zij handelde namens de nalatenschap.
De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak dat het betalen van begrafeniskosten een beheersdaad is en geen zuivere aanvaarding inhoudt. Voor beschikkingsdaden geldt dat deze kunnen duiden op zuivere aanvaarding indien gedaagde als heer en meester over de goederen heeft beschikt. Gezien de betwisting van gedaagde zal de rechtbank eisers toelaten tot bewijslevering over de aanvaarding.
De rechtbank stelde de verdere beslissing aan en gaf eisers gelegenheid bewijs te leveren door stukken of getuigen. De zaak zal op 2 september 2015 worden voortgezet met een getuigenverhoor in Almelo. Tevens werd bepaald dat alle bewijsstukken tijdig aan partijen en de kantonrechter moeten worden verstrekt.
Uitkomst: Eisers zijn ontvankelijk en mogen bewijs leveren dat gedaagde de nalatenschap zuiver heeft aanvaard; verdere beslissing wordt aangehouden.