Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
629,57 van de aangevers [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] inzake feit 3 honorarium betrof voor bemiddeling bij de afsluiting van een tweede hypotheek. De ongedateerde nota die aan deze betaling ten grondslag ligt bedraagt weliswaar € 9.
429,57, maar verdachte ging er van uit dat de betaling van € 9.629,57 op genoemde nota betrekking had. Verdachte ontkent dat het betaalde bedrag betrekking zou hebben op een door hem geregelde verzekering.
629,27 heeft zij in een keer overgemaakt op rekeningnummer [nummer 3], dat op naam staat van Lloyds (ten name van [verdachte]). Zij zegt echter nimmer een originele polis te hebben ontvangen van verdachte. Ze heeft wel een rekening gekregen van [bedrijf 1] BV voor een bedrag van € 9.
429,57 voor bemiddeling bij de afsluiting van de tweede hypotheek. Aangeefster heeft verklaard dat zij dit bedrag heeft overgemaakt op het op naam van [verdachte] staande rekeningnummer [nummer 3]. Daarnaast heeft [slachtoffer 6] als getuige bij de rechter-commissaris verklaard dat verdachte voor hem een verzekering voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid zou regelen en dat dit ‘een dikke 9.000 euro was’.
629,57 is bijgeschreven, afkomstig van de bankrekening op naam van [slachtoffer 6]. Het dossier bevat echter geen bankafschriften waaruit de overboeking blijkt van een bedrag van € 9.
429,57, afkomstig van de bankrekening van [slachtoffer 6] of van enige andere rekening. De rechtbank houdt het er dan ook voor dat een dergelijke bijschrijving niet heeft plaatsgevonden.
juni2008 (in de tenlastelegging staat 2
augustus2008 als datum van de factuur, doch gezien de verwijzing naar de betreffende ambtshandeling in het dossier, met paginanummer, beschouwt de rechtbank dit als een kennelijke verschrijving).
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
9.De schade van benadeelden
[slachtoffer 1], wonende te [adres 3], vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 9.644,-- (negenduizend zeshonderd en vierenveertig euro). Deze schade is omschreven als ‘levensverzekering’.
[slachtoffer 9], wonende te [adres 4], vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 15.250,-- (vijftienduizend tweehonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade is omschreven als ‘plaatsen dakkapel [bedrijf 2]’. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
[slachtoffer 3], wonende te [adres 5], vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 3.448,-- (drieduizend vierhonderdenachtenveertig euro. Deze schade is omschreven als ‘premie verzekering lening’.
[slachtoffer 7]en
[slachtoffer 8], wonende te [adres 6], vorderen veroordeling van de verdachte tot betaling van € 3.510,-- (drieduizend vijfhonderdentien euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade is omschreven als ‘geld overgemaakt naar Hr. [verdachte]’. Ook hebben de benadeelde partijen gevraagd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 2 subsidiair, feit 2 meer subsidiair, feit 3, feit 4, feit 5 primair, feit 6 primair, feit 7 en feit 8 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart bewezen, dat verdachte het onder feit 1 subsidiair, feit 2 uiterst subsidiair, feit 5 subsidiair, feit 6 subsidiair en feit 8 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 subsidiair, feit 2 uiterst subsidiair, feit 5 subsidiair, feit 6 subsidiair en feit 8 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
- beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;
- veroordeelt verdachte voorts tot een
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 9.644,--,voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 3.448,--,voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] van een bedrag van € 3.510,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 9] in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Bij onze eerste hypotheek hebben wij een levensverzekering afgesloten en daarom dachten wij dat het normaal was om dat bij een tweede hypotheek ook te moeten. [verdachte] heeft ons nog uitgelegd dat dit een eenmalig bedrag voor de verzekering zou zijn en dat wij er dan in een keer af zouden zijn.
Van een verzekering hebben wij nooit iets gehoord. De ABN-AMR0 bank heeft tegen ons gezegd dat er bij hen geen verzekering is afgesloten. Verder werd ons door de bank ook verteld dat het niet de normale gang van zaken is om zo'n verzekering op deze manier af te sluiten. Ook was het niet noodzakelijk om een verzeker af te sluiten, terwijl door [verdachte] ons vertelde dat het wel noodzakelijk was. Ook heeft [verdachte] het bedrag van 3.510 zich toegeëigend. De door hem beloofde verzekering is nooit door hem afgesloten. [verdachte] is een aantal keren alleen bij ons thuis geweest. [medeverdachte] is 2 of 3 keer samen met [verdachte] bij ons thuis geweest.