Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
,
B.V. Groentesnijbedrijf HDV,
1.De vaststaande feiten:
2.De vordering in kort geding:
3.Het verweer:
4.Beoordeling door de kantonrechter:
Daarbij dient naar het voorlopig oordeel van het hof als uitgangspunt te worden genomen dat van een werkgever, als goed werkgever, gevergd mag worden dat hij de werknemer tegen diens wil slechts de mogelijkheid mag onthouden om de overeengekomen arbeid te verrichten wanneer de werkgever daarvoor een redelijke grond heeft en dat die grond voldoende zwaar dient te wegen, gelet op het in beginsel zwaarwegend te achten belang van de werknemer om de bedongen arbeid te kunnen blijven verrichten”.