Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
Taken
3.Het geschil
Primair
Subsidiair
4.De beoordeling
904,00
Rechtbank Overijssel
Op 22 april 2014 is de erflaatster overleden na een verkeersongeval. Haar echtgenoot en zoon vorderen toestemming voor een uitgebreide obductie om duidelijkheid te krijgen over haar doodsoorzaak en mogelijke erfelijke aandoeningen. De executeur, tevens dochter van de erflaatster, weigert dit.
De rechtbank overweegt dat de executeur op grond van het testament en artikel 72 Wet Pro op de lijkbezorging bevoegd is te beslissen over obductie. De wens van de erflaatster was dat de executeur alle beslissingen omtrent haar overlijden zou nemen, mede gezien de echtscheidingsprocedure en onterving van echtgenoot en zoon.
De belangen van de echtgenoot en zoon zijn onvoldoende onderbouwd en wegen niet op tegen het belang van de executeur bij een respectvolle en rustige afwikkeling. De vorderingen worden daarom afgewezen en de eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot toestemming voor obductie worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.