ECLI:NL:RBOVE:2014:2254

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 april 2014
Publicatiedatum
28 april 2014
Zaaknummer
C/08/155388 / KG ZA 14-167
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om toestemming voor uitgebreide obductie en uitvaartaanhouding

Eisers, bestaande uit de echtgenoot en een andere belanghebbende, vorderden in kort geding toestemming voor het laten verrichten van een uitgebreide obductie van het lichaam van de overledene, inclusief hersenonderzoek, en het aanhouden van de uitvaart totdat de obductie en rapportage daarvan waren afgerond.

De voorzieningenrechter stelde vast dat er sprake was van een spoedeisend belang bij de vordering, maar oordeelde dat de vorderingen niet toewijsbaar waren. De voorzieningenrechter wees de vorderingen af en hield verdere beslissingen aan voor het eindvonnis.

De beslissing werd genomen na mondelinge behandeling en schriftelijke stukken, waarbij de voorzieningenrechter de gronden van de afwijzing in het eindvonnis zal motiveren. De zaak betrof een civielrechtelijke procedure bij de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om toestemming voor uitgebreide obductie en uitvaartaanhouding af.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rolnummer: C/08/155388 / KG ZA 14-167
Vonnis in kort geding van 25 april 2014
in de zaak van

1.[eiser 1],

wonende te [woonplaats],
2.
[eiser 2],
wonende te [woonplaats],
eisers,
advocaat mr. K.A. Boshouwers te Utrecht,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. I. Kruiders te Enschede.
Eisers zullen hierna tezamen [eisers], dan wel afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2] worden genoemd terwijl gedaagde als [gedaagde] zal worden aangeduid.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de mondelinge behandeling
  • de pleitnota van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
[eisers] vordert – uitvoerbaar bij voorraad:
1.
Primair
1.1
[eiser 1] als echtgenoot van erflaatster toestemming te verlenen voor:
a. het laten verrichten van een uitgebreide obductie, inclusief onderzoek van de hersenen, van het lichaam van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1952 en overleden op 22 april 2014;
b. een daartoe aangewezen instelling – naar keuze van de voorzieningenrechter – aan te wijzen die de obductie zal uitvoeren;
c. te bepalen dat de uitvaart van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1952 en overleden op 22 april 2014 zal worden aangehouden tot een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen datum en tijdstip, zodat er voldoende gelegenheid is om de obductie te verrichten en de resultaten ervan schriftelijk zijn vastgelegd door de ter zake aangewezen patholoog;
d. [gedaagde] in de proceskosten te veroordelen.
2.
Subsidiair
2.1
vervangende toestemming te verlenen en hiertoe dit vonnis in de plaats te stellen van de instemmende verklaring van [gedaagde] voor:
a. het laten verrichten van een uitgebreide obductie van het lichaam van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1952 en overleden op 22 april 2014;
b. een daartoe aangewezen instelling – naar keuze van de voorzieningenrechter – aan te wijzen die de obductie zal uitvoeren;
c. te bepalen dat de uitvaart van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1952 en overleden op 22 april 2014 zal worden aangehouden tot een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen datum en tijdstip, zodat er voldoende gelegenheid is om de obductie te verrichten en de resultaten ervan schriftelijk zijn vastgelegd door de ter zake aangewezen patholoog;
d. [gedaagde] in de proceskosten te veroordelen.
2.2.
[gedaagde] voert verweer.

3.De beoordeling

3.1.
Van een spoedeisend belang van [eisers] bij het gevorderde is, gezien de aard van de vordering, in voldoende mate gebleken.
3.2.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dienen de vorderingen van
[eisers] te worden afgewezen.
3.3.
Bij eindvonnis zal de voorzieningenrechter de gronden waarop deze beslissing rust motiveren. Voor het overige wordt iedere beslissing aangehouden.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
wijst de vorderingen af,
4.2.
houdt verder iedere beslissing aan.
.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2014.