De provincie Overijssel legde aan [verzoeker 1] Metaal B.V. een last onder dwangsom op om het slopen van intacte schepen te staken, omdat deze activiteit niet vergund was onder de verleende milieu-omgevingsvergunning. [verzoeker 1] en RDM Kampen B.V. verzochten om schorsing van dit besluit, maar de voorzieningenrechter verklaarde het verzoek van RDM niet-ontvankelijk wegens gebrek aan connexiteit en wees het verzoek van [verzoeker 1] af.
De voorzieningenrechter overwoog dat uit de vergunning blijkt dat alleen het innemen en verwerken van reeds gesloopte schepen is toegestaan, niet het slopen van intacte schepen. De aanvraag van [verzoeker 1] voor uitbreiding van activiteiten inclusief scheepsslopen was onvolledig en niet in behandeling genomen, zodat geen concreet zicht op legalisatie bestond. Handhavend optreden was daarom gerechtvaardigd en niet onevenredig, ondanks de bedrijfsbelangen van [verzoeker 1].
De begunstigingstermijn van één dag was passend, omdat het doel was de overtreding snel te beëindigen. De verhoging van de dwangsom was gerechtvaardigd om naleving af te dwingen. De voorzieningenrechter bevestigde dat de provincie bevoegd was en het besluit rechtmatig was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.