ECLI:NL:RBOVE:2013:CA0582
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg sociaal plan en garantstelling door moedermaatschappij bij reorganisatie en faillissement
In deze zaak vorderen meerdere werknemers en FNV Bondgenoten betaling en nakoming van een sociaal plan dat is overeengekomen tussen FNV en [Ossfloor] Tapijtfabrieken B.V. Het sociaal plan is bedoeld ter opvang van nadelige gevolgen van een reorganisatie waarbij veel arbeidsplaatsen vervallen. Condor Capital BV, moedermaatschappij van [Ossfloor], heeft zich garant gesteld voor de uitvoering van het sociaal plan bij faillissement of sluiting.
De kern van het geschil betreft de uitleg van het sociaal plan en de garantstelling. Eisers stellen dat het sociaal plan ook geldt voor werknemers die na de reorganisatie in dienst zijn gebleven (de achterblijvers) en dat Condor zich garant heeft gesteld voor hen. Condor betwist dit en stelt dat het sociaal plan uitsluitend geldt voor werknemers die ten gevolge van de reorganisatie boventallig zijn verklaard en dat de garantstelling niet ziet op achterblijvers.
De rechtbank past de zogenaamde CAO-norm toe voor de uitleg van het sociaal plan, waarbij de tekst van het plan en de garantie leidend zijn. De tekst van artikel 1.2 van het sociaal plan sluit de achterblijvers uit. De verlenging van de looptijd tot 31 december 2015 en de garantstelling door Condor leiden niet tot een andere uitleg. Ook de stellingen over een afzonderlijke afspraak worden verworpen omdat deze niet kenbaar zijn uit de tekst en de bedoeling van partijen geen rol speelt bij de uitleg aan derden.
Uiteindelijk wijst de rechtbank de vorderingen van de meeste eisers af, behalve die van twee werknemers die wel boventallig zijn verklaard en onder het sociaal plan vallen. Condor wordt veroordeeld tot betaling aan deze twee werknemers en de kosten van de procedure worden gecompenseerd.
Uitkomst: Condor wordt veroordeeld tot betaling aan twee boventallig verklaarde werknemers, overige vorderingen worden afgewezen.