ECLI:NL:RBOVE:2013:CA0387
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsmacht Nederlandse rechter in geschil over verdeling pensioenrechten na echtscheiding
De vrouw vordert dat de man met terugwerkende kracht pensioenrechten verrekent die tijdens het huwelijk zijn opgebouwd, en dat hij tot scheiding van het nabestaandenpensioen overgaat. De man betwist de rechtsmacht van de Nederlandse rechter omdat partijen niet in Nederland wonen en de pensioenverdeling in een aparte procedure aan de orde is.
De rechtbank stelt vast dat kwesties van huwelijksvermogensrecht buiten de reikwijdte van Brussel II-bis en andere internationale verordeningen vallen, zodat de rechtsmacht moet worden beoordeeld aan de hand van het Nederlandse internationaal privaatrecht. Hoewel de man in Frankrijk woont, is het geschil sterk verbonden met Nederland: partijen zijn Nederlands, gehuwd en gescheiden in Nederland, pensioenrechten zijn opgebouwd bij een Nederlandse instelling, en de notaris is in Nederland gevestigd.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 9 sub c Rv Pro de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft omdat het onaanvaardbaar is de vrouw te verplichten de zaak aan een buitenlandse rechter voor te leggen. De incidentele vordering tot onbevoegdverklaring wordt afgewezen. De rechtbank wijst de vordering van de man af, compenseert de proceskosten en staat tussentijds hoger beroep toe.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring af en bevestigt haar rechtsmacht in het geschil over pensioenverdeling.