ECLI:NL:RBOVE:2013:4774
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.R.H. Lutjes
- W.F. Bijloo
- M. van Loenen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling in mindering brengen afkoopsommen op AOW-partnertoeslag
Eiser ontvangt een AOW-pensioen met toeslag omdat zijn partner jonger is dan 65 jaar. Verweerder heeft de toeslag herzien omdat de partner incidentele afkoopsommen van pensioenfondsen ontving, welke als inkomen werden aangemerkt en in mindering gebracht op de toeslag.
De rechtbank beoordeelt of deze afkoopsommen terecht als inkomen in verband met arbeid zijn aangemerkt. Verweerder kwalificeerde de afkoopsommen aanvankelijk als uitkeringen op grond van een pensioenregeling, later als loon uit vroegere dienstbetrekking. De rechtbank volgt de eerste kwalificatie en acht artikel 7, lid 1, onder c van het Inkomensbesluit van toepassing.
Verweerder stelde dat het inkomen niet op een andere wijze hoefde te worden vastgesteld omdat er geen sprake was van een kennelijk onredelijk resultaat. De rechtbank oordeelt dat verweerder het begrip kennelijk onredelijk resultaat te beperkt uitlegde en vernietigt het besluit wegens onvoldoende motivering. Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van de herziening in stand, omdat de afkoopsommen betrekking hebben op de maanden waarin ze zijn ontvangen en geen grond bestaat voor een andere inkomensvaststelling.
Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding, maar het betaalde griffierecht wordt vergoed. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het bezwaar ongegrond is verklaard, met inachtneming dat de rechtsgevolgen in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het bezwaar ongegrond is verklaard, maar de rechtsgevolgen van de herziening blijven in stand.