Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Inspectie voor de Gezondheidszorg,
Stichting de Twentse zorgcentra, Raad van bestuur,
[belanghebbende],
advocaat: mr. R.M. Hendriksen.
Het procesverloop
- [V] en [J], namens de inspectie,
[G], namens de instelling,
Rechtbank Overijssel
Betrokkene, een man met het syndroom van Down en dementie, verbleef in een instelling voor beschermd wonen waar dwangmaatregelen werden toegepast vanwege gedragsproblemen en overprikkeling. De zus diende een klacht in over onder meer opsluiting en medicatiegebruik. De klachtencommissie verklaarde de klacht ongegrond, waarna de inspectie de klacht aan de rechtbank voorlegde.
De rechtbank beoordeelde of de dwangbehandeling volstrekt noodzakelijk was en of de maatregelen voldeden aan proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. De instelling had een behandelingsplan opgesteld in overleg met de wettelijke vertegenwoordiger en deskundigen. De maatregelen, waaronder tijdelijke insluiting en medicatie, waren gericht op het voorkomen van gevaar voor betrokkene en zijn omgeving.
Hoewel de inspectie de documentatie van de maatregelen als minder zorgvuldig beoordeelde, achtte de rechtbank de toepassing van de dwangbehandeling gerechtvaardigd. Betrokkene werd inmiddels overgeplaatst naar een meer passende setting en de medicatie wordt afgebouwd. De rechtbank verklaarde de klacht ongegrond en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht tegen de dwangbehandeling ongegrond en wijst het meer of anders verzochte af.