Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser],
1.[gedaagde sub 1],
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het gevorderde
In conventie
- [gedaagde sub 1], hoofdelijk, te gebieden binnen vier weken na betekening van het vonnis zorg te dragen voor het voor hun rekening verwijderen van de schutting, opdat de erfdienstbaarheid kan worden uitgeoefend op de wijze zoals opgenomen in de akte en tekening van [X] en
- [gedaagde sub 1], hoofdelijk, te gebieden zich in de toekomst te onthouden van het opwerpen van belemmeringen van welke aard ook, waardoor het vrije en ongestoorde gebruik van de hiervoor bedoelde erfdienstbaarheid van weg beperkt kan worden aan de zijde van eisers;
- [gedaagde sub 1] te veroordelen tot betaling van een dwangsom ad € 1.000,-, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom, voor elke dag of dagdeel daarvan dat gedaagden niet voldoen aan het gevorderde onder 1 en 2;
- [gedaagde sub 1] te veroordelen in de kosten van dit geding en de nakosten, met bepaling dat wettelijke rente zal zijn verschuldigd met ingang van veertien dagen na de datum van het in deze te wijzen vonnis.
- het bij akte d.d. 26 mei 1965 ten behoeve van bouwperceel 43 ([adres]) ten laste van bouwperceel 42 ([adres]) gevestigde recht van erfdienstbaarheid, bestaande uit een erfdienstbaarheid van uitweg, ook voor de in- en uitrit van een personenauto, een en ander om te komen van- en te gaan naar de [straat], op te heffen, dan wel op te heffen met uitzondering van de erfdienstbaarheid tot aan de toegangspoort van [gedaagde sub 1];
- te bepalen dat het in dezen te wijzen vonnis in de plaats treedt van de voor het passeren van de notariële akte noodzakelijke medewerking van [eiser].