Agruniekrijnvallei, leverancier van veevoer, legde conservatoir verhaalsbeslag op biggen die zich bevinden in stallen van Veluvar, een handelsonderneming in slachtvarkens. Givar, groothandel in levend vee, legde op haar beurt conservatoir beslag tot afgifte van varkens die zij aan Veluvar leverde, wegens onbetaalde facturen.
Agruniekrijnvallei vorderde opheffing van het beslag van Givar en stelde dat Givar geen aanspraak kon maken op eigendomsvoorbehoud. Givar verweerden zich en vorderden opheffing van het beslag van Agruniekrijnvallei op de biggen. De voorzieningenrechter oordeelde dat Agruniekrijnvallei onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Veluvar de varkens had betaald en dat het eigendomsvoorbehoud van Givar rechtsgeldig was.
De rechter wees de vorderingen van Agruniekrijnvallei af en oordeelde dat het beslag van Agruniekrijnvallei op de biggen van Givar onrechtmatig was, omdat beslag alleen op vermogensbestanddelen van de schuldenaar kan worden gelegd. Agruniekrijnvallei werd veroordeeld in de proceskosten van Givar.
De voorzieningenrechter wees ook de vorderingen tot het opleggen van dwangsommen en betredingsverboden af wegens onvoldoende bewijs van persoonlijk verwijt aan de bestuurders van Givar. Het vonnis werd uitgesproken door mr. M.H.S. Lebens-de Mug op 30 september 2013.