Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota van Construction.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Overijssel
Eiseres en betrokkene sloten een overeenkomst voor levering en montage van aluminium vliesgevels, waarover een geschil ontstond. Betrokkene werd failliet verklaard en Construction kocht de vorderingen van de curator. Construction legde conservatoir beslag op eiseres ter verzekering van een vordering van ruim €205.000.
Eiseres vorderde opheffing van het beslag, stellende dat zij terecht opschortingsrecht had uitgeoefend vanwege wanprestatie door betrokkene en dat zij een tegenvordering had wegens vertraging. Construction betwistte dit en stelde dat zij recht had op het beslag omdat de overeenkomst was nagekomen en verrekening was uitgesloten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de ondeugdelijkheid van de vordering niet summierlijk was aangetoond en dat de complexe geschilpunten niet in kort geding konden worden beoordeeld. Construction had een gerechtvaardigd belang bij het beslag en eiseres kon geen vervangende zekerheid stellen. Daarom werd de vordering tot opheffing afgewezen en werd eiseres veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.