ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1359
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vertrouwensbreuk door verzwijging strafrechtelijk verleden arts
Een arts solliciteerde bij Stichting Livio voor een functie als basisarts en later als verpleeghuisarts in opleiding. Tijdens de sollicitatie en daarna heeft hij nagelaten zijn strafrechtelijke verleden, waaronder een veroordeling voor poging tot moord en een destijds vastgestelde persoonlijkheidsstoornis, te melden. Ondanks vragen van de werkgever en een journalist heeft hij deze informatie niet volledig en juist verstrekt.
De werkgever ontdekte het verleden via een telefoontje van de Hoofdinspectie Volksgezondheid en confronteerde de arts hiermee, waarna hij werd geschorst. De arts voerde aan dat hij geen spreekplicht had en dat de werkgever zelf onderzoek had moeten doen, bijvoorbeeld door het vragen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). De rechtbank oordeelde dat de informatieplicht van de sollicitant zwaarder weegt dan de onderzoeksplicht van de werkgever.
De arbeidsovereenkomst is voorwaardelijk ontbonden wegens ernstige vertrouwensbreuk. De rechtbank wees een vergoeding aan de arts af, omdat de oorzaak van de ontbinding voornamelijk in zijn risicosfeer ligt. De kosten van de procedure worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden wegens ernstige vertrouwensbreuk door verzwijging van strafrechtelijk verleden.