ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0464
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens arbitragebeding in toelatingsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen een medisch specialist en het ziekenhuis Rijnstate Arnhem, alsmede de aansprakelijkheidsverzekeraar Medirisk. De medisch specialist vordert schadevergoeding wegens vermeende tekortkomingen en onrechtmatig handelen van het ziekenhuis en Medirisk.
De rechtbank oordeelt dat een arbitragebeding in de toelatingsovereenkomst tussen de medisch specialist en het ziekenhuis van toepassing is op alle geschillen voortvloeiend uit die overeenkomst en nadere overeenkomsten, waaronder de vaststellingsovereenkomst die de relatie beëindigde. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om van de vorderingen tegen het ziekenhuis kennis te nemen.
De medisch specialist stelde dat het arbitragebeding niet van toepassing is op de vaststellingsovereenkomst en dat het beroep daarop onredelijk is, omdat hij de procedures tegen het ziekenhuis en Medirisk in één procedure wil behandelen. De rechtbank verwerpt dit en stelt dat de relatie met Medirisk anders is dan met het ziekenhuis, zodat geen nadeel ontstaat door scheiding van procedures.
De rechtbank wijst de vordering tegen het ziekenhuis af wegens onbevoegdheid en beveelt een comparitie met Medirisk om de stand van zaken te bespreken en mogelijke minnelijke regeling te onderzoeken. De kosten van het incident worden aan de medisch specialist opgelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van het arbitragebeding en de nauwe samenhang tussen toelatings- en vaststellingsovereenkomst, en bevestigt dat geschillen die daaruit voortvloeien aan arbitrage moeten worden voorgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen tegen het ziekenhuis wegens het arbitragebeding en beveelt een comparitie met Medirisk.