ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0445
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Onbehoorlijke taakvervulling bestuurder en faillissementsveroordeling
In deze zaak stond de vraag centraal of gedaagde sub 1, bestuurder van de vennootschap, haar taak onbehoorlijk had vervuld en of dit een belangrijke oorzaak was van het faillissement van de vennootschap. De curator had bewijs geleverd dat de storting op de aandelen niet op de juiste wijze was uitgevoerd en niet ondubbelzinnig in de boekhouding was verwerkt.
De rechtbank onderzocht getuigenverklaringen van de externe accountant en andere getuigen, maar concludeerde dat deze onvoldoende waren om te bewijzen dat de storting op of omstreeks 4 juli 2006 daadwerkelijk en zichtbaar in de administratie was verwerkt. Ook de partijgetuige, de mede-gedaagde, kon dit niet overtuigend aantonen.
De rechtbank oordeelde dat de bestuurder haar taak onbehoorlijk had vervuld, mede gelet op het gebruik van een valse bankverklaring bij de oprichting en het niet voldoen aan de boekhoudplicht. Deze onbehoorlijke taakvervulling was een belangrijke oorzaak van het faillissement. De vennootschap en de bestuurders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het faillissementstekort en proceskosten aan de curator.
Uitkomst: De bestuurder is onbehoorlijk te werk gegaan en vennootschap en bestuurder zijn hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan de curator.