Uitspraak
RECHTBANK OOST-NEDERLAND
1. Aanduiding bestreden besluit in de procedure met registratienummer ARN AWB 12/4756
2. Aanduiding bestreden besluit in de procedure met registratienummer ARN AWB 12/4758
3.Procesverloop in beide procedures
4.Overwegingen in beide procedures
procedure 12/4756bestrijkt de door de bestuursrechter te beoordelen periode die tussen datum aanvraag (29 maart 2011) en datum beslissing op de aanvraag (27 mei 2011). Naar aanleiding van de aanvraag wilde verweerder met eiser diens woonsituatie bespreken. Sinds de eerdere aanvraag van 25 januari 2011 was de woonsituatie door het vertrek van [naam vriend] gewijzigd. Verweerder wilde vaststellen of er sprake was van een gezamenlijke huishouding tussen eiser en diens broer. Hij heeft op 11 mei 2011 per telefoon en e-mail gevraagd of eiser contact wilde opnemen voor een afspraak. In de e-mail heeft verweerder een aantal data voorgesteld. Eiser heeft daarna aangegeven op geen van de data te kunnen en gevraagd of de aanvraag niet op een andere manier kan worden afgehandeld. Hij heeft ook een voorstel gedaan voor een afspraak op 30 of 31 mei 2011. Vervolgens heeft verweerder eiser per e-mail uitgenodigd voor een gesprek op 17 mei 2011 en bericht dat een afspraak op 30 of 31 mei 201 buiten de beslistermijn zou vallen. Op 16 mei 2011 heeft eiser geschreven op 17 mei 2011 niet te kunnen (zie hierboven). Verweerder heeft eiser vervolgens bij brief van 17 mei 2011 uitgenodigd voor een gesprek op 23 mei 2011 met de mededeling dat als eiser niet zou verschijnen verweerder de aanvraag buiten behandeling zou kunnen laten. Eiser heeft bij e-mail van 20 mei 2011 laten weten op die dag niet te kunnen.
“van m’n pannen tot over m’n kledingkast”en dat hij geen behoefte heeft aan een gesprek hierover. Onder die omstandigheden mocht verweerder uitgaan van de eigen verklaringen van eiser, inhoudende dat de woonsituatie tussen eiser en diens broer niet was gewijzigd door het vertrek van [naam vriend] en was een nader gesprek hierover niet nodig. Het voorgaande betekent dat verweerder ten onrechte heeft aangenomen dat eiser zijn inlichtingverplichting niet is nagekomen. Een en ander impliceert dus ook dat verweerder een gezamenlijke huishouding tussen eiser en diens broer mocht aannemen, ook voor de periode na het vertrek van [naam vriend].
procedure 12/4758bestrijkt de door de bestuursrechter te beoordelen periode die tussen datum aanvraag (20 juli 2011) en datum beslissing op de aanvraag (12 augustus 2011). Eiser betwist de door verweerder vastgestelde gezamenlijke huishouding met zijn broer. Er worden geen kosten gedeeld en er wordt niet samen gekookt en gegeten. Eiser verwijst ook naar de onder 3 aangehaalde verklaring van zijn broer.
procedure 12/4758geen doel treffen. Het beroep dient dan ook ongegrond te worden verklaard. De rechtbank acht geen termen aanwezig over te gaan tot een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.