Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsvraag.
“Het bedrijf [bedrijf 1] komt niet in onze boeken voor, het is een onbekende naam voor ons. Er zijn dus geen betalingen verricht aan dit bedrijf en we hebben ook niets ontvangen. (…) Het banknummer is ons ook onbekend.”Uit het voorgaande volgt dat [bedrijf 1] en [bedrijf 2] geen zaken deden met elkaar en dat deze factuur nooit daadwerkelijk aan [bedrijf 2] is verstuurd.
het oogmerk had om deze factuur als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,nu dit niet ten laste is gelegd.
wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geschrift bestemd was voor zodanig (vals) gebruiknu dit bestanddeel niet als zodanig in de tenlastelegging is opgenomen.
zonder daartoe gerechtigd te zijn, als heer en meester beschikt over een goed dat
aan een ander toebehoort. Als het goed waarover wordt beschikt (al) aan de betreffende persoon toebehoort kan geen sprake zijn van verduistering. In een zaak waarin een verkoper zich een koopsom toe-eigent zonder het verkochte goed te leveren is door de Hoge Raad uitgemaakt dat de enkele omstandigheid dat degene die krachtens overeenkomst een geldbedrag als koopsom heeft ontvangen (vervolgens) nalaat de door hem verschuldigde tegenprestatie te leveren, nog geen reden is om af te wijken van de uit het burgerlijk recht voortvloeiende regel dat de ontvangen koopsom na het effectueren van die betaling tot het vermogen van de (nalatige) verkoper is gaan behoren (HR 2 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8280). In zo’n geval kan de verkoper niet succesvol op grond van verduistering worden vervolgd, omdat in die omstandigheden geen sprake meer kan zijn van toe-eigening.
anderevaluta terug te betalen. Daarom werd ten aanzien van die valuta na de transactie een roodstand genoteerd op het moment dat het saldo op de tegenrekening onvoldoende is. Verdachte is (in eerste instantie) ook niet door de banken aangemaand om de uitgekeerde valuta
terugte betalen, maar om de roodstand op de tegenrekening aan te zuiveren.
De bewezenverklaring (t.a.v. feit 1 en 2)
De strafbaarheid van de feiten (t.a.v. feit 1 en 2)
‘met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken’en bij feit 2 het bestanddeel
‘terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik’.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer ]
DE UITSPRAAK
- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor bewezen is verklaard;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor onder 1 en 2 bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet strafbaar en ontslaat verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging;
- spreekt verdachte vrij van het onder 3 en 4 ten laste gelegde;