ECLI:NL:RBOBR:2026:975

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
25/2442
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:93 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vergoeding fiscale schade na onrechtmatig UWV-besluit WAO-uitkering

Verzoekster heeft het UWV gevraagd om vergoeding van fiscale schade die zij heeft geleden door een onrechtmatig besluit over haar WAO-uitkering. Het UWV erkent de onrechtmatigheid en de daaruit voortvloeiende schade, maar stelt dat verzoekster schadebeperkend moet handelen door een middelingsverzoek bij de Belastingdienst in te dienen en relevante belastingaangiften te overleggen.

De rechtbank oordeelt dat verzoekster dit redelijkerwijs kan worden gevraagd, ondanks haar medische situatie, omdat het middelingsverzoek eenvoudig is en zij hulp kan inschakelen. Verzoekster heeft dit niet gedaan en weigert de gevraagde belastinggegevens te verstrekken. De rechtbank wijst erop dat verzoekster wel in staat is om uitgebreide processtukken te schrijven, onder meer met behulp van ChatGPT, maar dat dit niet voldoende is om haar belangen adequaat te behartigen.

De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af omdat verzoekster niet heeft meegewerkt aan het beperken van de schade en de omvang van de schade daardoor niet goed kan worden vastgesteld. Het UWV staat open voor een nieuw verzoek mits verzoekster de benodigde informatie verstrekt. De rechtbank adviseert verzoekster een juridisch geschoolde gemachtigde in te schakelen en wijst op de verjaringstermijn voor het indienen van een nieuw verzoek.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van fiscale schade wordt afgewezen wegens onvoldoende medewerking aan schadebeperking en gebrek aan bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/2442

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [naam]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of verzoekster recht heeft op vergoeding van door haar geleden fiscale schade.
1.1.
Met het besluit van 20 maart 2024 heeft het UWV het uitkeringsrecht van verzoekster op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) gewijzigd. Dit heeft geresulteerd in een nabetaling aan verzoekster in 2024.
1.2.
Verzoekster heeft het UWV gevraagd haar fiscale schade te vergoeden.
1.3.
Het UWV heeft verzoekster op 16 september 2025 laten weten dat hij niet tot schadevergoeding overgaat.
1.4.
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om het UWV te veroordelen om haar schade te vergoeden.
1.5.
Het UWV heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.6.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek van verzoekster af. Hiervoor geeft de rechtbank de volgende motivering.
Het verzoek van verzoekster
2.1.
Verzoekster heeft het UWV op 27 juli 2025 gevraagd om haar in 2024 geleden fiscale schade te vergoeden. Verzoekster wijst erop dat als gevolg van het besluit van 20 maart 2024 een nabetaling over haar uitkeringsrecht op grond van de WAO heeft plaatsgevonden vanaf 2013. Daarmee staat volgens verzoekster de onrechtmatigheid van eerdere beslissingen van het UWV over haar uitkeringsrecht vast. Als het UWV meteen rechtmatige besluiten had genomen, dan had verzoekster vanaf 2013 telkens een hogere uitkering ontvangen, maar had zij niet tevens in 2024 een (zeer grote) nabetaling ontvangen waar zij vervolgens meer inkomstenbelasting over moest betalen.
De reactie van het UWV
2.2.
Het UWV erkent de onrechtmatigheid van de eerdere besluitvorming, maar vindt dat verzoekster schadebeperkend moet handelen. Zij kan bij de Belastingdienst verzoeken om toepassing van de middelingsregeling. Het UWV heeft verzoekster hierop gewezen, maar verzoekster heeft daarop gezegd dat zij zich te ziek en uitgeput voelt om een middelingsverzoek bij de Belastingdienst in te dienen. Verder heeft verzoekster geen gegevens overgelegd over de door haar betaalde inkomstenbelasting (en premie volksverzekeringen) vanaf 2013.
De overwegingen van de rechtbank
2.3.
De rechtbank overweegt als volgt.
2.3.1.
De onrechtmatigheid van de eerdere besluitvorming van het UWV staat vast. Ook zijn partijen het er over eens dat verzoekster vanwege de nabetaling in 2024 in dat jaar fiscale schade heeft geleden. Verder zijn partijen het er over eens dat die schade in beginsel aan het UWV kan worden toegerekend, omdat de schade niet was ontstaan als het UWV van begin af aan juiste besluiten had genomen.
2.3.2.
Waar partijen over van mening verschillen is of van verzoekster mag worden verwacht dat zij een middelingsverzoek bij de Belastingdienst indient om zo haar fiscale schade te beperken. De rechtbank vindt dat dit van verzoekster mag worden verwacht. Het doen van een middelingsverzoek is namelijk heel eenvoudig. Op de website van de Belastingdienst [1] staat een formulier van één pagina A4 waarop enkele persoons- en adresgegevens moeten worden ingevuld. Ook moeten de drie aansluitende jaren waarover middeling wordt verzocht worden ingevuld. Het formulier moet worden ondertekend en per post naar de Belastingdienst worden gestuurd. Dat verzoekster hier medisch niet toe in staat zou zijn, zoals zij zegt, vindt de rechtbank niet aannemelijk. Verzoekster heeft namelijk een verzoekschrift aan de rechtbank gestuurd van 234 pagina’s. Dat zijn goeddeels bijlagen, maar het verzoekschrift zelf bestaat uit zeven pagina’s. Aangenomen mag worden dat het vervaardigen hiervan meer inspanning vergt dan het doen van genoemd middelingsverzoek. Overigens blijkt uit het dossier dat verzoekster op 31 oktober 2025 – na het indienen van haar verzoekschrift bij de rechtbank – alsnog (zij het per e-mail) aan de Belastingdienst heeft verzocht om toepassing van de middelingsregeling waarbij zij het hierboven genoemde formulier heeft gebruikt.
2.3.3.
Dit betekent dat de rechtbank het met het UWV eens is dat verzoekster niet schadebeperkend heeft gehandeld. De vraag is of dit tot gevolg moet hebben dat het gehele verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen, of dat de verzochte schadevergoeding moet worden gematigd. De rechtbank volgt het UWV in zijn opvatting dat dit tot een afwijzing moet leiden. Het UWV wijst er terecht op dat de concrete uitkomst van de toepassing van de middelingsregeling door de inspecteur van de Belastingdienst onduidelijk is. Alleen al daarom is de omvang van de schade niet goed vast te stellen. Verder heeft het UWV aan verzoekster gevraagd om onder andere aangiften en aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2013 te overleggen. Het UWV kan dan berekenen hoeveel verzoekster in die jaren aan inkomstenbelasting (en premie volksverzekeringen) had moeten betalen als verzoekster in één keer de juiste WAO-uitkering had gekregen. Want doordat verzoekster in die jaren te weinig uitkering ontving, heeft zij ook minder belasting moeten betalen. Verzoekster heeft dit geweigerd met verwijzing naar haar medische situatie. Het is de rechtbank duidelijk dat verzoekster medisch beperkt is, wat alleen al blijkt uit het feit dat zij een WAO-uitkering ontvangt. Het zal voor verzoekster dan ook best een opgave zijn, maar zij kan daar ook hulp bij inschakelen.
2.3.4.
Verzoekster schrijft in (onder andere) haar e-mails van 2 september 2025 en 16 september 2025 dat zij gebruikmaakt van ChatGPT om haar processtukken op te stellen. De rechtbank begrijpt goed dat verzoekster dit als een uitkomst en wellicht zelfs een zegen ervaart. Toch zit daar ook een nadrukkelijke schaduwzijde aan waar de rechtbank verzoekster op wil wijzen. Filosoof en expert in kunstmatige intelligentie Anco Peeters waarschuwde onlangs in een interview (Trouw 20 januari 2026, p. 8-9) over een aantal gevaren van het gebruik van generatieve AI, zoals ChatGPT. Hoewel het interview gaat over met name de gevaren voor kinderen, bevat het ook waarschuwingen die meer algemeen kunnen worden getrokken. Hij zegt onder andere: “Die modellen zuigen je een tunnel in, hoe langer je ermee chat, des te beter speelt het model in op jouw woorden, taalgebruik, en overtuigingen. Daardoor wordt je Narcissus, de mythologische jongen die voor straf verliefd wordt op zijn spiegelbeeld in het water.” “Uiteindelijk praat je dan vooral met een behaagzieke versie van jezelf, en dat pakt soms dramatisch slecht uit (…).” Dit soort waarschuwingen wordt door meer deskundigen afgegeven. De rechtbank wil verzoekster daarom in overweging geven haar hulp niet te zoeken bij ChatGPT (of andere generatieve AI), maar bij een juridisch geschoolde gemachtigde die haar met raad en daad ter zijde kan staan. Op de website van de rechtspraak staat informatie over welke mensen dat advies kunnen geven en hoe verzoekster daarmee in contact kan komen. [2]
2.3.5.
Het UWV heeft laten weten dat het bereid is om een nieuw verzoek om schadevergoeding in behandeling te nemen. Voorwaarde is dat verzoekster de daarbij – door het UWV concreet genoemde – informatie voegt, zoals haar aangiften en aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2013. Verzoekster kan dus alsnog haar daadwerkelijke schade vergoed krijgen. De rechtbank wijst verzoekster er wel op dat die mogelijkheid niet ongelimiteerd is. Hiervoor geldt in principe een verjaringstermijn van vijf jaar die is ingegaan op het moment waarop het UWV de onrechtmatigheid van de eerdere besluitvorming erkende. [3]
2.3.6.
Verzoekster stelt in haar omvangrijke processtukken een veelheid van zaken aan de orde die niets of slechts zijdelings te maken hebben met haar verzoek om schadevergoeding. De rechtbank gaat hier niet op in, omdat niet gebleken is dat dit relevant is voor de beoordeling van dat verzoek. Verzoekster kan in deze procedure ook niet bewerkstelligen dat haar WAO-uitkering op een eerder moment ingaat dan volgt uit het besluit van 20 maart 2024. De Centrale Raad van Beroep heeft inmiddels in hoger beroep gehoordeel dat dit besluit juist is. [4] Dat verzoekster om herziening van die uitspraak heeft verzocht doet daaraan niet af. Overigens is dat verzoek afgewezen. [5]

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Dat betekent dat verzoekster geen gelijk krijgt. Verzoekster krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Voetnoten

1.https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/programmas_en_formulieren/verzoek-middeling-inkomstenbelasting.
2.https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Contact/Juridisch-advies.
3.Artikel 8:93, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht.
4.Centrale Raad van Beroep 21 augustus 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1264.
5.Centrale Raad van Beroep 13 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1682.