Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had(den) bereikt,
die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt,
5.
6.
en/of
7.
en/of
en/of
De formele voorvragen.
De aanleiding van het opsporingsonderzoek.
De standpunten van de officier van justitie en de verdediging.
De bewijsmiddelen.
De bewijsbeslissing.
feiten 1, 2, 4, 5, 6 en 7zijn gemaakt duidelijk en ondubbelzinnig bekend. Door verdachte en zijn raadsvrouw is ook geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. Daarom heeft de rechtbank in de hiervoor bedoelde bijlage volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Op grond van die bewijsmiddelen acht de rechtbank al deze feiten wettig en overtuigend bewezen als na te melden.
feit 3wordt gemaakt ontkend en de raadsvrouw heeft voor dit feit vrijspraak bepleit. Aan haar betoog heeft de raadsvrouw in de kern genomen ten grondslag gelegd dat het (voorwaardelijk) opzet van verdachte op een seksuele handeling met dit slachtoffer niet kan worden bewezen, omdat het aanraken van lichaamsdelen van het slachtoffer heeft plaatsgevonden in het kader van een spelsituatie.
De bewezenverklaring.
- bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen - komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:
die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet hadden bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die A1, A2, A5, O2, O3 en O4, te weten meermalen
terwijl die A1, A2, A5, O2, O3 en O4 zijn, verdachtes, pupil waren en/of aan de zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid van verdachte waren toevertrouwd;
die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten meermalen
eenmaal
die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten meermalen
terwijl die A1, A2, A4 en A5 zijn, verdachtes, pupil waren en/of aan de zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid van verdachte waren toevertrouwd;
5.
6.
in de periode van 28 juni 2018 tot en met 18 september 2024 te Helmond, meermalen,
en/of
en/of
7.
in de periode van 1 juli 2020 tot en met 18 september 2024 te Helmond, meermalen
en/of
en/of
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
De oplegging van een straf en maatregel.
De op te leggen straf - strafverzwarende omstandigheden
Strafmatigende omstandigheden
De op te leggen maatregel
De vorderingen van de benadeelde partijen.
- minimaal € 1.000,00 aan de slachtoffers waarvan enkel kinderpornografisch materiaal is gemaakt (A12 en A15);
- € 5.000,00 aan de slachtoffers waarbij sprake is geweest van ontucht door middel van het betasten van de vagina (A3, A4, A6, A8, A9, A11, O1, O6, O7, O8 en O9);
- € 10.000,00 / € 12.500,00 voor de slachtoffers waarbij sprake is geweest van seksueel binnendringen (A1, A2, A5, O2 en O3);
- € 17.500,00 voor de slachtoffers waarbij sprake is geweest van seksueel binnendringen en die aangezet zijn om bij elkaar seksuele handelingen te verrichten (O4 en O5).
immateriële schadevergoedingin het algemeen opgemerkt dat de Rotterdamse schaal als uitgangspunt genomen moet worden bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding en dat het gevorderde schadebedrag dat boven de categorie van de Rotterdamse schaal uitkomt gematigd moet worden. De raadsvrouw heeft dit vervolgens nader geconcretiseerd en bepleit dat de volgende bedragen aan immateriële schade meer passend zijn:
- een bedrag van € 5.000,00 voor elk van de benadeelde partijen A11, O1, O7, O8 en O9;
- een bedrag van € 7.000,00 voor elk van de benadeelde partijen O2 en O3;
- een bedrag van € 8.000,00 voor elk van de benadeelde partijen A1, A2, A5 en O4.
materiële schadevergoeding(subsidiair) afwijzing bepleit van de door de benadeelde partijen A2, A3, A5, A9, O1, O2 en O4 gevorderde schadevergoeding in verband met de
kosten van begeleiding.De verdediging heeft rechtsoverweging 3.4 uit het arrest van de Hoge Raad van 5 december 2008 [1] geciteerd en betwist dat het inschakelen van professionele hulp normaal en gebruikelijk was geweest als de ouders hun kind niet hadden kunnen opvangen. Volgens de verdediging gaat het niet om de verzorging van een ernstig gewond kind (zoals het voorbeeld uit voornoemd arrest) dat wellicht specifieke medische hulp nodig had, maar het gaat enkel om het thuis oppassen. Het blijkt niet dat dit niet door een ander familielid of kennis had kunnen gebeuren.
kosten van herinrichting van de badkamerprimair af te wijzen en subsidiair om de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. De raadsvrouw stelt dat het misbruik van de benadeelde partij niet in de badkamer heeft plaatsgevonden. Er is slechts sprake van een videobestand waarop te zien is dat de benadeelde partij aan het douchen is. De verdediging ziet niet in hoe dit videobestand tot schade heeft kunnen leiden bij O4. Onvoldoende is onderbouwd dat door de handelingen van verdachte sprake is geweest van psychisch ongemak dat door een herinrichting wordt weggenomen. Van rechtstreekse schade of kosten ter beperking van schade is dan ook niet gebleken.
reiskosten, parkeerkosten en kosten van speltherapieheeft de raadsvrouw geen opmerkingen gemaakt of verweren gevoerd.
materiëleschadevergoeding voor
reiskosten en/of parkeerkosten en/of kosten van speltherapieoverweegt de rechtbank dat deze schade en de omvang daarvan niet door de verdediging zijn betwist en de gevorderde bedragen naar het oordeel van de rechtbank redelijk en ook onderbouwd zijn. De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen die het betreffen op dit punt dan ook integraal toewijzen.
kosten van begeleiding,zullen op dit punt niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De rechtbank overweegt daartoe dat kosten van begeleiding, als verplaatste schade, voor vergoeding in aanmerking komen als voldoende is komen vast te staan dat de begeleider daadwerkelijk kosten heeft moeten maken of als inzet van professionele begeleiding noodzakelijk, normaal en gebruikelijk is geweest. Ter onderbouwing van de vordering op dit punt is enkel aangedragen dat de ouders tijd hebben moeten maken om met hun kinderen naar de politie, het Landelijke Psychotraumacentrum, het Centrum Seksueel Geweld en/of de speltherapeut te gaan en/of omdat hun kinderen niet naar school zijn gegaan en de ouders thuis zijn gebleven om op hun kinderen te passen. Daaruit volgt echter nog niet dat de ouders daadwerkelijk kosten hebben moeten maken of anderszins in hun vermogen zijn aangetast. Van gederfde inkomsten of van opgenomen vrije dagen is de rechtbank bij gebrek aan onderbouwing niet gebleken. Daar komt bij dat de noodzaak van het inzetten van professionele begeleiding naar het oordeel van de rechtbank niet is gebleken en dat daarvan ook niet zonder meer gezegd kan worden dat dit normaal en gebruikelijk zou zijn geweest.
kosten van herinrichting van de badkamer,zal op dit punt niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De rechtbank heeft bij haar oordeel betrokken dat uit het dossier lijkt te volgen dat het seksueel misbruik van de benadeelde partij met name op andere plaatsen dan in de badkamer heeft plaatsgevonden. Uit het dossier volgt niet dat de benadeelde partij heeft verklaard over een in de badkamer plaatsgevonden misbruik. Hoewel op een van de onder verdachte in beslag genomen gegevensdrager een video- en/of fotobestand is aangetroffen van de benadeelde partij die naakt onder de douche staat, blijkt uit die beelden niet dat verdachte toen of op een later moment in de badkamer de benadeelde partij seksueel heeft misbruikt. Dit alles leidt tot het oordeel van de rechtbank dat de gevorderde kosten in een te ver verwijderd verband staan van de ten laste van verdachte bewezenverklaarde handelingen.
immateriële schade. Naar het oordeel van de rechtbank brengen de aard en de ernst van de normschending mee, namelijk het door de verdachte plegen van seksuele handelingen met (zeer) jonge minderjarige kinderen, dat de daaruit voor de benadeelde partijen voortvloeiende nadelige gevolgen, zozeer voor de hand liggen, dat “aantasting in de persoon op andere wijze”, zoals vereist in het burgerlijk recht, kan worden aangenomen. Dit geldt naar het oordeel van de rechtbank ook voor de benadeelde partijen waarvan enkel kinderpornografisch beeldmateriaal is gemaakt, nu zij moeten leven met de vrees dat deze beelden mogelijk op het internet circuleren. Hoewel dit laatste door verdachte is ontkend, kan daar niet zonder meer van worden uitgegaan. Een “aantasting in de persoon op andere wijze” in vorenbedoelde zin, kan naar het oordeel van de rechtbank in deze situatie dan ook worden aangenomen.
- € 1.000,00 voor de slachtoffers waarvan enkel kinderpornografisch materiaal is gemaakt (zonder ontucht/seksueel binnendringen);
- € 5.000,00 voor de slachtoffers waarbij sprake is geweest van ontucht door middel van het betasten van de vagina/billen (zonder beeldmateriaal);
- € 5.000,00 voor de slachtoffers die aangezet zijn om bij elkaar seksuele handelingen te verrichten (met/zonder beeldmateriaal);
- € 6.000,00 voor de slachtoffers waarbij sprake is geweest van ontucht door middel van het betasten van de vagina/billen (met beeldmateriaal);
- € 10.000,00 voor de slachtoffers waarbij sprake is geweest van seksueel binnendringen (met/zonder beeldmateriaal).
- ondanks de hiervoor genoemde bedragen - een lager bedrag toegewezen zullen krijgen.
De toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
onder feit 1 tot en met feit 7 wettig en overtuigend bewezenzoals hiervoor is omschreven;
en
en
legt geen straf op ten aanzien van feit 2 (O7, O8 en O9).
legt op de volgende straf en maatregel:
gevangenisstrafvoor de duur van
8 jaar;
gelastdat verdachte
ter beschikking wordt gestelden
beveeltdat verdachte van
overheidswege wordt verpleegd;
vorderingen van de benadeelde partijenals na te melden:
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A1 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A1, van een bedrag van
€ 10.000,00;
bepaaltdat de
benadeelde partij A1 vader niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding;
bepaaltdat de
benadeelde partij A1 moeder niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A2 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige(post: “kosten van begeleiding”)
niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A2, van een bedrag van
€ 10.067,67;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A5 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige(post: “kosten van begeleiding”)
niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A5, van een bedrag van
€ 10.230,38;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij O2 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige(post: “kosten van begeleiding”)
niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij O2, van een bedrag van
€ 10.180,09;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij O3 geheel toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij O3, van een bedrag van
€ 10.035,05;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij O4 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige(posten: “kosten van begeleiding” en “kosten van herinrichting badkamer”)
niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij O4, van een bedrag van
€ 15.106,79;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A4 geheel toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
bestaande uit een bedrag van € 825,00 als materiële schadevergoeding (post: “kosten speltherapie”) en uit een bedrag van € 5.000,00 als immateriële schadevergoeding;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A4, van een bedrag van
€ 5.825,00;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A6 geheel toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
als immateriële schadevergoeding;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A6, van een bedrag van
€ 5.000,00;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A8 geheel toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
als immateriële schadevergoeding;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A8, van een bedrag van
€ 5.000,00;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A9 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige(post: “kosten van begeleiding”)
niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A9, van een bedrag van
€ 5.798,53;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A11 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A11, van een bedrag van
€ 6.000,00;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij O1 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige(post: “kosten van begeleiding”)
niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij O1, van een bedrag van
€ 6.406,76;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij O6 geheel toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
als immateriële schadevergoeding;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij O6, van een bedrag van
€ 4.000,00;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij O7 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij O7, van een bedrag van
€ 5.000,00;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij O8 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij O8, van een bedrag van
€ 5.000,00;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij O9 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij O9, van een bedrag van
€ 5.000,00;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A3 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige(post: “kosten van begeleiding”)
niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A3, van een bedrag van
€ 1.297,42;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij O5 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
als immateriële schadevergoeding;
voor het overige niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij O5, van een bedrag van
€ 5.000,00;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A12 gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
voor het overige niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A12, van een bedrag van
€ 1.000,00;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A15 geheel toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
als immateriële schadevergoeding;
legt op de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
benadeelde partij A15, van een bedrag van
€ 1.000,00;