Eiseres ontving sinds 2018 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Het college startte een onderzoek vanwege vermoedens dat zij een gezamenlijke huishouding voert met haar partner, de vader van haar drie kinderen. Uit onderzoek, waaronder een onaangekondigd huisbezoek en waarnemingen van voertuigen, bleek dat haar partner zijn hoofdverblijf had op het adres van eiseres.
Eiseres voerde aan dat haar partner haar slechts tijdelijk hielp vanwege haar zwangerschap en dat er geen sprake was van samenwonen. Zij stelde dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat de waarnemingen onzorgvuldig waren uitgevoerd. De rechtbank oordeelde echter dat het huisbezoek rechtmatig was, omdat eiseres geïnformeerd was over de reden en gevolgen van het bezoek en dat zij daarmee 'informed consent' had gegeven.
De rechtbank vond de onderzoeksbevindingen voldoende om te concluderen dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden door dit niet te melden. Daarom was de intrekking van de bijstandsuitkering per 27 november 2024 terecht. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en zij kreeg geen proceskostenvergoeding.