Uitspraak
1.De procedure
- het bericht van [eiser] van 15 januari 2026 met productie 8;
- het bericht van ABN van 19 januari 2026 met 6 producties.
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak staat de vraag centraal of de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis van 29 augustus 2024 moet worden verboden of opgeschort. De huurder, wonend met haar partner en twee minderjarige kinderen in de woning, had de huur voor september en oktober 2025 niet voldaan, waardoor de voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst in werking trad.
De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid door de verhuurder ABN om het vonnis ten uitvoer te leggen. Er is geen kennelijke juridische of feitelijke misslag, geen noodtoestand en het vonnis is niet te oud om uit te voeren. De huurder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gewijzigde omstandigheden de ontruiming onaanvaardbaar maken.
Wel acht de kantonrechter het in het belang van de minderjarige kinderen en de huurder passend om de ontruiming tijdelijk op te schorten tot 30 dagen na betekening van dit vonnis, zodat er meer tijd is voor het vinden van alternatieve woonruimte en het treffen van passende voorzieningen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verbod op tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt afgewezen, maar de ontruiming wordt tijdelijk opgeschort om de huurder meer tijd te geven.