Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoekers]
Het bestuur van de Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia (OSZG),
Samenvatting
Aanloop en procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
“Hoooo.. ik werkte niet snel genoeg”en de hashtags
“#minderwaardig #zwart”, voorafgegaan door een hashtag met de achternaam van de betreffende docente
.Ook is er een screenshot waarop de docente is afgebeeld met het hoofd van een gorilla. Eén van de screenshots bevat de tekst
“Een dag in mijn leven als minderwaardig persoon”.
nietnoodzakelijk was om de rust, orde en veiligheid te herstellen. [4] De beoordeling is dus sterk casuïstisch en – vanzelfsprekend – van de omstandigheden afhankelijk en de verwijzing naar de GPO-uitspraken kan de school hier dan ook niet baten.
veronderstelddat [leerling 2] racistisch beeldmateriaal heeft vervaardigd. Maar ook omdat dat de vraag oproept in hoeverre de bekentenis van [leerling] in zoverre tot zijn nadeel zou strekken. De ernst van de incidenten die zijn opgetekend in het leerlingendossier tot slot is ook niet van dien aard dat daarmee het verschil in handelen ten aanzien van deze twee leerlingen kan worden verklaard. Dit nog los van het feit dat die incidenten door ouders en [leerling] gemotiveerd zijn betwist en de onderbouwing ervan door school summier is: gefragmenteerde aantekeningen in het logboek, waarbij niet altijd even duidelijk is omschreven wat er nu precies tussen wie is voorgevallen. Verder ontstijgt een niet onaanzienlijk deel van de incidenten het niveau van kattenkwaad niet. Dat betekent dat ook deze omstandigheid – het feit dat [leerling 2] niet is verwijderd – afdoet aan de geschiktheid en noodzakelijkheid van de maatregel.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 3 juni 2026;
- herroept het primaire besluit van 10 april 2026;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat de school het griffierecht van € 400,– (2 x € 200,–) aan verzoekers moet terugbetalen;
- veroordeelt de school in de betaling van de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 2.802,–.