Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
De bewijsvraag.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .
humerus(bovenarmbot) die de schoudermobiliteit blijvend beperkt. Deze categorie heeft een bandbreedte van € 8.500,- tot € 13.000,-. De rechtbank hanteert een normbedrag van € 10.000,-. Gelet op de jeugdige leeftijd van de benadeelde en de verwijtbaarheid/opzet op het letsel, zal de rechtbank het normbedrag verhogen met tweemaal 15%. Alles overwegende begroot de rechtbank de omvang van de immateriële schade naar maatstaven van billijkheid op een bedrag van € 13.000,-.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
eendaadse samenloop van
en
taakstrafvoor de duur van
240 urensubsidiair 120 dagen hechtenis.
gevangenisstrafvoor de duur van
6 maanden voorwaardelijkmet een proeftijd van 2 jaren.
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
4 jarenmet aftrek overeenkomstig artikel 179 Wegenverkeerswet Pro 1994.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3] , van een bedrag van
13.000,- euro, bestaande uit immateriële schadevergoeding. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer 3] , van een bedrag van
13.000,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 90 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.