Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Samenvatting
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser ontving in juni 2025 een voorschot op zijn WAO-uitkering terwijl hij naast zijn uitkering ook loon ontving van zijn werkgever, inclusief een eenmalige financiële gift van €1.900. Het UWV berekende dat het voorschot te hoog was omdat het totale SV-loon leidde tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%, waardoor de uitkering op nul werd gesteld.
Eiser betwistte de terugvordering en stelde dat de gift een 'cadeau' was vanwege zijn lange dienstjaren en niet verrekend mocht worden. De werkgever verklaarde echter dat de gift niet verband hield met een jubileum en daarom niet onder de fiscale uitzonderingen viel. Het UWV baseerde zich op loongegevens van de Belastingdienst, die eiser niet betwistte.
De rechtbank concludeerde dat de gift terecht als loon is aangemerkt en verrekend met de WAO-uitkering. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van het UWV wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.