Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
2.De feiten
- Ioniqa;
- Circulair;
- en Polyester NOW B.V;
€ 1.500.000,00 aan Ioniqa en Circulair verstrekt. Zij zijn daarvoor hoofdelijk aansprakelijk. In het kader van deze financiering heeft Ioniqa haar (toekomstige) vorderingen op derden aan Rabobank verpand. Circulair heeft geen vorderingen op derden aan Rabobank verpand.
€ 513.418,00 op de door Ioniqa bij Rabobank aangehouden bankrekening. De beschikking tot teruggave van de Belastingdienst dateert van diezelfde datum. De bankrekening van Ioniqa bij Rabobank vertoonde een creditsaldo op het moment dat de Belastingdienst tot betaling overging.
3.Het geschil en de beoordeling daarvan
beleidsregelsvoor de invordering van belastingschulden. Op geen enkele wijze regelt deze de overdracht van vorderingen tot teruggave omzetbelasting van deelnemers van een fiscale eenheid op de Belastingdienst aan het aangewezen onderdeel van de fiscale eenheid, en dat kan ook niet.
De formulering van het petitumis de basis voor de vaststelling of sprake is van vordering van bepaalde waarde. Als het financieel belang voldoende duidelijk in het petitum is gedefinieerd, wordt uitgegaan van het tarief dat bij dat concrete financiële belang hoort. Omdat de gevorderde verklaring voor recht in dit geval het geldelijk belang van de zaak definieert, zou ook bij alleen het vorderen van die verklaring voor recht voor wat betreft het griffierecht zijn aangeknoopt bij het bedrag van € 316.577,00.