Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:3497

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
11195743 CV EXPL 24-3494
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 21 RvArt. 11 RvArt. 121 PensioenwetArt. 216 Pensioenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Werkgever heeft aanspraak op cao-faciliteiten en Generatiepactregeling bij vrijwillige aansluiting Bpf Schoonmaak

Eiseres, een onderneming die oorspronkelijk schoonmaakwerkzaamheden verrichtte en sinds decennia vrijwillig is aangesloten bij het Bedrijfstakpensioenfonds Schoonmaak (Bpf Schoonmaak), vordert dat zij en haar werknemers gebruik mogen maken van alle cao-faciliteiten die door de Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (RAS) worden uitgevoerd, met name de Generatiepactregeling.

RAS betwist de toepasselijkheid van de cao op eiseres, stellende dat vrijwillige aansluiting bij het pensioenfonds geen recht geeft op cao-regelingen. De kantonrechter stelt vast dat vrijwillige aansluiting contractueel is geregeld en dat cao-toepassing een voorwaarde kan zijn, maar dat eiseres voldoende heeft toegelicht dat zij de cao toepast en premies afdraagt.

Belangrijk is dat RAS jarenlang premies heeft geïncasseerd zonder te melden dat cao-rechten niet bestonden en zelfs werknemers van eiseres heeft uitgenodigd voor de Generatiepactregeling. Dit wekt gerechtvaardigd vertrouwen dat aanspraak op cao-faciliteiten bestaat.

De kantonrechter wijst de vorderingen toe die zien op het gebruik van de faciliteiten en deelname aan de Generatiepactregeling voor de toekomst, maar wijst af de vorderingen die terugwerkende kracht, premie-terugbetaling, schadevergoeding en kostenvergoedingen betreffen. RAS wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: Eiseres en haar werknemers hebben aanspraak op cao-faciliteiten en deelname aan de Generatiepactregeling; RAS wordt veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 11195743 \ CV EXPL 24-3494
Vonnis van 28 mei 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: “ [eiseres] ”,
gemachtigde: mr. H.M.J. van den Hurk,
tegen
STICHTING RAAD VOOR ARBEIDSVERHOUDINGEN SCHOONMAAK- EN GLAZENWASSERSBRANCHE (RAS),
te 's-Hertogenbosch,
gedaagde partij,
hierna te noemen: “RAS”,
gemachtigde: mr. R.J. van der Ham.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties (genummerd 1 t/m 17),
- de conclusie van antwoord, tevens houdende een incident tot verwijzing, met producties (genummerd 1 t/m 6),
- de conclusie van antwoord in het incident,
- het vonnis in incident van 13 november 2025,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- aanvullende producties, genummerd 18 en 19 aan de zijde van [eiseres] ,
- de mondelinge behandeling van 23 maart 2026, waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen en de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] is opgericht op 13 januari 1976. Aanvankelijk bestonden haar activiteiten uit schoonmaakwerkzaamheden.
Uit dien hoofde werd dan ook deelgenomen aan de pensioenregeling van het Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (hierna genoemd: “Bpf Schoonmaak”). Bpf Schoonmaak kent vanaf 30 december 1968 een verplichtstelling.
2.2.
In de loop der jaren zijn de activiteiten van [eiseres] enigszins gewijzigd.
Vanaf 28 oktober 1991 staat als bedrijfsomschrijving in het Handelsregister opgenomen:
“Technisch dienstverlenend onderhoud: onder andere revisie ketels, appendages alsmede
ketel-, ovenbemetselingen, stralen, coaten, ontgassers en onderhoud ventilatiesystemen,
watertechnisch installatiebedrijf”.
2.3.
[eiseres] is steeds aangesloten gebleven bij het Bpf Schoonmaak.
Omdat er gezien de enigszins gewijzigde bedrijfsactiviteiten op enig moment geen verplichte aansluiting meer gold is deze 'overgegaan' in een vrijwillige aansluiting.
[eiseres] is naar eigen zeggen alweer decennialang vrijwillig aangesloten.
2.4.
Op 23 maart 2022 heeft [eiseres] voor het laatst een nieuwe uitvoerings-overeenkomst gesloten met Bbf Schoonmaak inzake de vrijwillige aansluiting.
In deze uitvoeringsovereenkomst [1] is het volgende opgenomen onder het kopje:
“II Partijen hebben vastgesteld”:
“II
Partijen hebben vastgesteld:
1. dat de onderneming niet onder de werkingssfeer van het fonds valt;
2. dat de werknemers in dienst van de onderneming niet verplicht zijn tot deelneming in het
fonds;
3. dat de onderneming niet verplicht is tot aansluiting bij het fonds;
4. dat de onderneming al jaren bij het fonds is aangesloten en dat eind 2021 is gebleken dat zij niet onder de verplichtstelling valt (onduidelijk is sinds wanneer);
5. dat de onderneming op 10 januari 2022 in een e-mailbericht gericht aan het fonds de
ontstaansgeschiedenis bij de aansluiting heeft geschetst;
6. dat de onderneming niet de CAO in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf toepast en
evenmin een eigen cao heeft of toepast;
7. dat de onderneming heeft verklaard dat het loonniveau binnen de onderneming ten minste
gelijk is aan die op grond van de CAO in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Dat het fonds dit voor waar heeft aangenomen zolang niet het tegendeel blijkt;
8. dat de onderneming heeft aangegeven dat zij de aansluiting op vrijwillige basis wil continueren maar dat zij, vanwege het specifieke karakter van de werkzaamheden van de werknemers van de onderneming, overeenkomstig de huidige situatie niet de CAO in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf wil toepassen;
9. dat het fonds volgens zijn statuten onder nader te stellen voorwaarden een onderneming kan toelaten, die niet onder de werkingssfeer van het fonds valt, maar die zich op vrijwillige basis bij het fonds wil aansluiten, indien:
a. de onderneming een CAO heeft of toepast, die minimaal gelijkwaardig is aan de CAO in
het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf dan wel per de ingangsdatum de Cao in het
Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf zal gaan toepassen; en
b. de onderneming de door de Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en
Glazenwassersbranche (RAS) vastgestelde premie aan de RAS afdraagt;
10. dat de onderneming voldoet aan de voorwaarden genoemd onder 9 a en b waarbij het fonds, gelet op het loonniveau binnen de onderneming, voorbij is gegaan aan het feit dat de
onderneming noch de CAO In het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf toepast noch een
andere CAO heeft of toepast;
11. dat daardoor op grond van artikel 121 onder Pro a van de Pensioenwet vrijwillige aansluiting is toegestaan en dat het bestuur van het fonds het verzoek van de werkgever heeft ingewilligd;
Partijen leggen de voorwaarden waaronder de vrijwillige aansluiting bij het fonds plaatsvindt, vast in deze overeenkomst, zijnde de uitvoeringsovereenkomst, waarbij om praktische redenen als ingangsdatum is gekozen voor 1 januari 2022.”
2.5.
[eiseres] volgde in het verleden, toen er nog sprake was van een verplichte aansluiting, de cao voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (hierna genoemd: “de cao”). Inmiddels hanteert eiseres een eigen bedrijfsreglement/eigen arbeidsvoorwaarden cao, op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat de arbeidsvoorwaarden beter zijn dan die op grond van de cao.
De cao voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2022-2024 is op 11 juni 2022, dus na het sluiten van de laatste uitvoeringsovereenkomst, algemeen verbindend verklaard.
In het besluit tot algemeen verbindend verklaring (hierna: “avv”) van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is het Generatiepact toen nog niet algemeen verbindend verklaard, omdat dit nog uitgewerkt moest worden [2] .
Op 16 februari 2023 is de Generatiepactregeling voor het eerst opgenomen in het besluit tot avv voor de cao.
2.6.
In de cao zijn definities opgenomen van wat een werkgever in het schoonmaak-
en glazenwassersbedrijf is [3] :
“DEFINITIES EN KARAKTER VAN DE CAO
In deze overeenkomst wordt verstaan onder:
1. Schoonmaakbedrijf, dan wel glazenwassersbedrijf: iedere onderneming, diehaar hoofd- of nevenberoepmaakt van het op een door de opdrachtgever bepaalde locatie regelmatig of
eenmalig schoonmaken, dan wel glazenwassen in, op, van of aan gebouwen, woningen,
straten/ wegen, (huisvuil-)containers, terreinen en/of verkeersmiddelen, een en ander in de
ruimste zin van het woord. Ook als gewerkt wordt via een platformconstructie is er sprake van een schoonmaakbedrijf. Indien overwegend sprake is van rioolreinigingsactiviteiten is de CAO niet van toepassing.
2. Werkgever: Iedere natuurlijke of rechtspersoon die een bedrijf uitoefent als bedoeld in
lid 1”.
Hoewel bij [eiseres] de schoonmaakwerkzaamheden minder zijn geworden, worden er volgens [eiseres] nog steeds schoonmaakwerkzaamheden verricht. De werknemers van [eiseres] , meer specifiek de monteurs, verrichten bijvoorbeeld industriële schoonmaak-werkzaamheden. In overleg met Bpf Schoonmaak is voor deze werknemers een indeling gemaakt in de groep “schoonmaakonderhoud industrieel”.
In artikel 3 van Pro het cao-deel voor specialistische reiniging (hierna genoemd: “B-deel”) vierde en vijfde gedachtestreepje [4] , kwalificeren volgens [eiseres] haar werknemers ook als werknemer vallend onder de cao. Artikel 3 van Pro het B-deel van de cao luidt als volgt:
“Artikel 3
SEGMENTEN SPECIALISTISCHE REINIGING EN FUNCTIES- (…)
- (…)
- (…)
- schoonmaak binnen productieafdelingen in de voedingsmiddelenindustrie (hierna: segment 'foodreiniging')”en:
- overige industrie, alsmede herstel/reparatie- en/of levensduur verlengende werkzaamheden (denk aan tegelzetten na calamiteiten en reparatie van vloeren). Functies: Medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I, II en III.”
2.7.
[eiseres] draagt jaarlijks de premies aan RAS af, die als sociaal fonds de regelingen uit de cao Schoonmaak uitvoert.
2.8.
[eiseres] heeft voor twee van haar werknemers deelname aan het Generatiepact/de Generatiepactregeling, zoals opgenomen in artikel 47A van de cao aangevraagd (eerder stoppen met werk in verband met zwaar werk) [5] , nadat RAS deze werknemers had uitgenodigd deel te nemen aan de Generatiepactregeling.
Deze aanvragen zijn door RAS afgewezen op 29 december 2022.
[eiseres] heeft dezelfde dag nog bezwaar gemaakt tegen de afwijzingen.
Bij brief van 24 januari 2023 heeft het bestuur van RAS het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard. In die brief wordt onder 4) het oordeel van het RAS-bestuur vermeld, dat luidt als volgt:
2.9.
Partijen hebben hierover nog verder gecorrespondeerd.
Over de desbetreffende werknemers heeft RAS op 3 februari 2023 en 13 februari 2023 gecommuniceerd dat [eiseres] een vrijwillig aangesloten werkgever is en dat de Generatiepactregeling niet beschikbaar is voor vrijwillig aangesloten organisaties.
[eiseres] en desbetreffende medewerkers hebben bij brief van 24 april 2023 verzocht om een herziening van de genomen besluiten, waarbij zij hebben gewezen op de uitvoeringsovereenkomst, waaruit zou blijken dat er géén verschil is tussen een vrijwillig of verplicht aangesloten organisatie, dat de cao algemeen verbindend is verklaard op
11 juni 2022, waardoor de cao geldt voor de hele branche, waarin ook [eiseres] zich bevindt, dat desbetreffende medewerkers kwalificeren als werknemers vallend onder de cao, omdat zij industriële schoonmaakwerkzaamheden verrichten en zij - in overleg met Bpf Schoonmaak ook zijn ingedeeld in de groep: “schoonmaakonderhoud industrieel”.
Bij brief van dezelfde datum, 24 april 2023, heeft RAS geweigerd het verzoek van het besluit van het RAS-bestuur te herzien. Namens [eiseres] is onder andere bij brief van
15 juni 2023 nogmaals gereageerd op de afwijzende reactie van RAS. Daarbij is ook aangegeven, dat RAS de werknemers die het betrof wederom had uitgenodigd deel te nemen aan de Generatiepactregeling.
Naar aanleiding van deze brief heeft er tussen partijen overleg plaats gevonden om tot een minnelijke regeling te komen, al dan niet middels gebruikmaking van de
hardheidsclausule die is opgenomen in de Generatiepactregeling [6] . Zoals echter al uit de in het geding gebrachte correspondentie blijkt, heeft RAS volhard in het ingenomen standpunt van niet-deelname en maakt RAS ook geen gebruik van haar bevoegdheid om voor de werknemers van [eiseres] de hardheidsclausule toe te passen.
[eiseres] heeft vervolgens RAS gedagvaard.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij
voorraad ook ten aanzien van de kosten:
1. voor recht verklaart dat [eiseres] en haar werknemers aanspraak hebben op en
gebruik mogen maken van alle faciliteiten als uitgevoerd door RAS en waar [eiseres] premie voor heeft betaald en nog steeds betaalt, nu [eiseres] en haar werknemers voldoen aan de door RAS gestelde voorwaarden voor deelname;
2. voor recht verklaart dat [eiseres] en haar werknemers aanspraak hebben op en gebruik mogen maken van alle faciliteiten als uitgevoerd door RAS en waar [eiseres] premie voor heeft betaald en nog steeds betaalt, meer in het bijzonder deelname aan de Generatiepactregeling;
3. verklaart voor recht dat [eiseres] en haar werknemers aanspraak hebben op en gebruik mogen maken van alle faciliteiten als uitgevoerd door RAS en waar [eiseres] premie voor heeft betaald en nog steeds betaalt, meer in het bijzonder deelname aan de Generatiepactregeling met terugwerkende kracht voor de werknemers die het betreft, zijnde per respectievelijk 1 januari 2023 en 20 april 2023;
4. RAS veroordeelt binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis alsnog [eiseres] en haar werknemers die het betreft toe te laten tot de Generatiepactregeling, met terugwerkende kracht voor de respectievelijke werknemers die het betreft en de Generatiepactregeling voor [eiseres] en haar werknemers uit te voeren, ook voor de toekomst en toekomstige werknemers;
5. Indien de kantonrechter oordeelt dat [eiseres] en haar werknemers geen aanspraak kunnen doen gelden op de faciliteiten en regelingen als door RAS uitgevoerd (waaronder de Generatiepactregeling), dan wel oordeelt dat [eiseres] en haar werknemers geen gebruik mogen/kunnen maken van de Generatiepactregeling (al dan niet voor het verleden en/of de toekomst) RAS veroordeelt om binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis de door [eiseres] , vanaf het moment van vrijwillige aansluiting (althans vanaf een door de kantonrechter nader te bepalen moment) van [eiseres] bij het Bedrijfstakpensioenfonds, aan RAS daarvoor betaalde premies, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van betaling tot het moment van terugbetaling, aan [eiseres] terug te betalen.
6. RAS veroordeelt, binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis, om wegens niet-nakoming van diens verplichtingen uit de algemeen verbind verklaarde cao tot deelname aan de regelingen en faciliteiten van RAS (waaronder de Generatiepactregeling), aan [eiseres] de door [eiseres] , vanaf het moment van vrijwillige aansluiting (althans vanaf een door de kantonrechter nader te bepalen moment) van [eiseres] bij het Bedrijfstakpensioenfonds, aan RAS daarvoor betaalde premies, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van betaling tot het moment van terugbetaling, aan [eiseres] terug te betalen;
7. RAS veroordeelt, binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis, om wegens (oneigenlijke) dwaling door [eiseres] , nu RAS door facturering en inning van de premies de zaken anders heeft voorgesteld dan dat deze zouden zijn, aan [eiseres] de door [eiseres] , vanaf het moment van vrijwillige aansluiting (althans vanaf een door de kantonrechter nader te bepalen moment) van [eiseres] bij het Bedrijfstakpensioenfonds, aan RAS daarvoor betaalde premies, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van betaling tot het moment van terugbetaling, aan [eiseres] terug te betalen;
8. RAS veroordeelt om binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis tot vergoeding aan [eiseres] van alle door haar geleden en nog te lijden schade als gevolg van het niet mogen deelnemen door [eiseres] en haar werknemers aan de Generatiepactregeling, bestaande uit onder andere de reeds misgelopen en nog mis te lopen vergoedingen in het kader van die deelname door de werknemers die daarvoor in aanmerking komen, waarbij deze schade nader is op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
9. RAS veroordeelt tot integrale betaling van de daadwerkelijk door [eiseres] tot en
met de aanvang van deze procedure reeds gemaakte noodzakelijke kosten van
rechtsbijstand, tot op heden begroot op een bedrag van € 14.184,- exclusief BTW en kantoorkosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de datum waarop dit vonnis wordt gewezen, althans RAS te voordelen tot betaling van de buitengerechtelijke (incasso)kosten op grond van het rapport BGK-integraal 2013 vermeerderd met rente van de kosten op grond van rapport, althans RAS te veroordelen tot het betalen van een zodanige tegemoetkoming aan [eiseres] in de door haar reeds gemaakte kosten van juridische bijstand als de kantonrechter in goede justitie geraden acht;
met veroordeling van RAS in de kosten van deze procedure, een en ander te
vermeerderen met de wettelijke rente en nakosten.
3.2.
Kort samengevat voert [eiseres] als grondslag van haar vorderingen aan dat zij kwalificeert als een werkgever in de schoonmaak die de cao toepast. [eiseres] neemt deel
in de sociale fondsen en doet daaraan afdracht aan RAS. [eiseres] wil dan ook dat zij en haar werknemers gebruik kunnen maken van de faciliteiten van die sociale fondsen, maar dat wordt ten onrechte door RAS geweigerd.
Dat in de uitvoeringsovereenkomst nog is opgenomen dat [eiseres] de cao niet wilde toepassen, is destijds enkel ingegeven door het feit dat de arbeidsvoorwaarden en het arbeidsvoorwaardenpakket van [eiseres] aanzienlijk beter zijn dan die van de cao.
Echter, door het algemeen verbindend verklaard zijn van de cao is [eiseres] gehouden deze cao toe te passen en past deze dan ook toe. Het toepassen van de cao impliceert ook, dat [eiseres] aanspraak kan maken op toepassing van de cao-regelingen, waaronder de Generatiepactregeling.
3.3.
RAS voert verweer. RAS verzoekt de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van [eiseres] af te wijzen en [eiseres] te veroordelen tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening
3.4.
Kort samengevat voert RAS als verweer aan dat [eiseres] niet onder de cao
Schoonmaak valt en daarom geen aanspraak kan maken op de faciliteiten van RAS.
Dat [eiseres] premies aan RAS afdraagt op grond van een uitvoeringsovereenkomst tot vrijwillige aansluiting met Bbf Schoonmaak, maakt hierin geen verschil.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In het vonnis in incident tot verwijzing van deze procedure naar de kamer civiel van Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft de kantonrechter de vordering van RAS afgewezen, omdat de vordering van [eiseres] in hoofdzaak gekwalificeerd kan worden als een vordering die uit hoofde van een uitvoeringsovereenkomst (en de daaraan verbonden overeenkomsten) is ontstaan en daarom door de kantonrechter - ongeacht het beloop of de waarde van de vordering - dient te worden behandeld en beslist (op grond van artikel 216 Pensioenwet Pro).
4.2.
Het geschil dat nu voorligt betreft de vraag of [eiseres] aanspraak kan maken op
toepassing van de cao-regelingen, waaronder de Generatiepactregeling.
Voordat de kantonrechter overgaat tot beantwoording van deze vraag, zal hij eerst - voor een beter begrip - de relevante rechtsregels en uitgangspunten schetsen.
Uitgangspunten
Uit de literatuur en de rechtspraak volgt dat:
- deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds losstaat van de werkingssfeer van de cao [7] . Dit betekent dat vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds geen automatische aanspraak geeft op cao-rechten.
  • een cao alleen geldt bij toepasselijkheid. Een cao is alleen toepasselijk als er een rechtsgrond is. Mogelijke rechtsgronden/grondslagen zijn: werkingssfeer en eventueel avv (verplichte aansluiting) en contractuele incorporatie (vrijwillige aansluiting). Dit betekent dat zonder toepasselijkheid van de cao, geen aanspraak bestaat op regelingen uit de cao.
  • vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds gebeurt via een uitvoeringsovereenkomst. Deze uitvoeringsovereenkomst bepaalt de voorwaarden. De rechtsverhouding tussen het bedrijfstakpensioenfonds en de onderneming is primair contractueel en niet cao-gebonden. Dit betekent dat de cao geen rol speelt, tenzij is overeengekomen dat de cao moet worden toegepast als voorwaarde voor vrijwillige aansluiting.
  • de Generatiepactregeling in de cao Schoonmaak strikt gekoppeld is aan cao-toepassing, omdat het onderdeel is van het cao-stelsel. Dit betekent dat als de cao van toepassing is, dan ook de Generatiepactregeling geldt.
Is de cao Schoonmaak op [eiseres] van toepassing?
4.3.
De eerste vraag die in dit geval ter beoordeling voorligt is dus of de cao Schoonmaak op [eiseres] van toepassing is. Wanneer dit namelijk niet het geval is, dan zijn de vorderingen van [eiseres] in beginsel niet toewijsbaar, omdat zonder toepasselijkheid van de cao, geen aanspraak bestaat op de Generatiepactregeling uit de cao.
4.3.1.
[eiseres] stelt in dit verband dat zij kwalificeert als een werkgever in de schoonmaak, dat zij de cao dient toe te passen (door het algemeen verbindend verklaard zijn van de cao) en dat ook doet. Het toepassen van de cao impliceert dat [eiseres] voldoet aan de vereisten van de cao en premies afdraagt. Het toepassen van de cao impliceert ook dat [eiseres] aanspraak kan maken op toepassing van de cao-regelingen, waaronder de Generatiepactregeling, aldus [eiseres] .
RAS betwist daarentegen dat [eiseres] onder de werkingssfeer van de cao Schoonmaak valt, want [eiseres] heeft volgens RAS in de uitvoeringsovereenkomst reeds erkend niet onder de werkingssfeer van de cao Schoonmaak te vallen. Verder heeft [eiseres] volgens RAS geen enkel bewijs geleverd voor de stelling dat het onder de werkingssfeer van de cao Schoonmaak valt. Ook stelt RAS dat de vorderingen van [eiseres] berusten op de onjuiste opvatting dat vrijwillige deelname aan het pensioenfonds een recht doet ontstaan op de faciliteiten die RAS biedt aan gebonden werkgevers.
4.4.
De kantonrechter overweegt met betrekking tot de vraag of de cao Schoonmaak op [eiseres] van toepassing is het volgende.
Bij [eiseres] zijn twee mogelijke grondslagen voor toepasselijkheid aan de orde, namelijk de verplichte aansluiting en de vrijwillige aansluiting.
4.4.1.
Allereerst zal de kantonrechter stilstaan bij de vrijwillige aansluiting, waarbij de uitvoeringsovereenkomst en wat daarin door Bpf Schoonmaak en [eiseres] contractueel is overeengekomen, centraal staat.
Hierbij speelt - zoals hiervoor overwogen - de cao geen rol, tenzij is overeengekomen dat de cao moet worden toegepast als voorwaarde voor vrijwillige aansluiting. En juist dàt is wat partijen zijn overeengekomen. Immers, in de uitvoeringsovereenkomst tussen [eiseres] en Bpf schoonmaak zijn partijen onder het kopje “II Partijen hebben vastgesteld” onder 9. en 10. overgekomen:

9. dat het fonds volgens zijn statuten onder nader te stellen voorwaarden een onderneming kan toelaten, die niet onder de werkingssfeer van het fonds valt, maar die zich op vrijwillige basis bij het fonds wil aansluiten, indien:
a.de onderneming een CAO heeft of toepast, die minimaal gelijkwaardig is aan de CAO in
het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf dan wel per de ingangsdatum de Cao in het
Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf zal gaan toepassen; en
b.de onderneming de doorde Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en
Glazenwassersbranche(RAS) vastgestelde premieaan de RASafdraagt;
10.dat de onderneming voldoet aan de voorwaarden genoemd onder 9 a en bwaarbij het fonds,gelet op het loonniveau binnen de onderneming [8] , voorbij is gegaan aan het feit dat de
onderneming noch de CAO In het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf toepast noch een
andere CAO heeft of toepast”.
4.4.2.
Aan de hand van bovengenoemde passage in de uitvoeringsovereenkomst, heeft [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling voldoende toegelicht dat zij ten tijde van het sluiten van de uitvoeringsovereenkomst
louter vanwege het hoge loonniveau bij [eiseres]de cao niet toepaste. Het niet toepassen van een niet algemeen verbindend verklaarde cao vanwege het loonniveau, is volgens [eiseres] iets anders dan er niet onder vallen.
De kantonrechter sluit zich bij dit standpunt van [eiseres] aan.
Daarmee is echter de vraag of [eiseres] onder de cao valt nog niet beantwoord.
RAS voert immers als verweer aan dat [eiseres] buiten de werkingssfeer van de cao valt, althans dat [eiseres] niet, of onvoldoende heeft aangetoond dat zij onder de werkingssfeer van de cao valt. Hierdoor zou [eiseres] geen aanspraak kunnen maken op de Generatiepact-regeling die strikt is gekoppeld aan toepasselijkheid van de cao.
De kantonrechter overweegt daarover het volgende.
4.4.3.
Zonder toepasselijkheid van de cao kan [eiseres] in beginsel geen aanspraak maken op de Generatiepactregeling, ook niet als zij vrijwillig is aangesloten bij Bpf Schoonmaak.
Tot zover kan de kantonrechter het standpunt van RAS volgen.
Het verweer van RAS echter, dat [eiseres] (als eisende partij) niet, of onvoldoende heeft aangetoond dat zij onder de werkingssfeer van de cao valt en zich daarmee niet heeft gehouden aan haar verplichtingen als procespartij conform de artikelen 21 en 11 Rv met als gevolg dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen, wordt door de kantonrechter gepasseerd.
Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat RAS zich pas in een heel laat stadium heeft beroepen op het standpunt dat [eiseres] niet onder de werkingssfeer van de cao Schoonmaak valt, namelijk pas als verweer in haar conclusie van antwoord. In eerste instantie heeft RAS zich op het standpunt gesteld dat [eiseres] , als vrijwillig aangesloten werkgever, geen beroep kan doen op cao-regelingen. Vervolgens heeft RAS gesteld dat de werknemers van [eiseres] niet aan de voorwaarden voor deelname zouden voldoen en pas toen [eiseres] heeft gesteld dat desbetreffende werknemers wel degelijk industriële schoonmaakwerkzaamheden verrichtten, zoals het reinigen van grote (food-) installaties bij klanten zoals Heineken, heeft RAS in haar conclusie van antwoord - zonder enig werkingssfeeronderzoek of nadere onderbouwing - gesteld dat [eiseres] onder een andere cao dan die van Schoonmaak behoort te vallen. [eiseres] heeft dit gemotiveerd betwist met haar stelling dat zij kwalificeert als een schoonmaakbedrijf omdat haar werknemers weliswaar minder, maar nog steeds nog steeds schoonmaakwerkzaamheden verrichten, dat zij dus wel degelijk onder de werkingssfeer van de cao valt omdat zij van Schoonmaak nog steeds haar hoofd- en nevenberoep maakt en dat dit door Bpf Schoonmaak meerdere malen is bevestigd.
4.5.
De kantonrechter zal zich hierna dan ook richten op de kern van het geschil, namelijk dat [eiseres] (en haar werknemers) gebruik wil(len) maken van de faciliteiten van de sociale fondsen van de cao, nu [eiseres] daaraan deelneemt en daar aan RAS ook altijd afdrachten aan heeft gedaan, maar dat RAS desondanks weigert om daarvoor aan [eiseres] en haar werknemers de faciliteiten beschikbaar te stellen.
Hieraan liggen de vorderingen van [eiseres] ten grondslag en daarvoor ligt de volgende vraag ter beoordeling voor.
Kan RAS zich nog wel beroepen op niet-toepasselijkheid van de cao, wanneer zij jarenlang premie heeft geïnd voor (onder meer) de Generatiepactregeling?
4.6.
De kantonrechter stelt hierbij voorop dat vrijwillige deelname aan Bpf Schoonmaak geen
automatischrecht doet ontstaan op de cao faciliteiten die RAS biedt aan gebonden werkgevers, echter de eerder ingenomen stelling van RAS dat vrijwillig aangesloten werkgevers wel premie zouden moeten betalen, maar geen cao-rechten hebben, is te kort door de bocht. Als bijvoorbeeld premie wordt betaald, die specifiek is gekoppeld aan cao-regelingen, dan kunnen werknemers van vrijwillig aangesloten werkgevers daar wel degelijk aanspraak op maken.
4.6.1.
RAS betwist dat de premie die [eiseres] afdraagt specifiek is gekoppeld aan de Generatiepactregeling. Het betreft een algemene sectorbijdrage, die niet direct is gekoppeld aan een recht, maar een solidariteitskarakter draagt, aldus RAS.
4.6.2.
[eiseres] heeft op haar beurt erop gewezen dat zij gedurende alle jaren premies heeft betaald en afgedragen aan RAS. RAS heeft daartoe facturen verstuurd en de premies geïncasseerd. Niet alleen in de tijd dat er nog sprake was van een verplichte aansluiting, maar ook daarna, toen eiseres vrijwillig was aangesloten. Er is geen onderbreking geweest. RAS heeft volgens [eiseres] dan ook minimaal de schijn gewekt dat zij en haar werknemers wél aanspraak kunnen doen gelden op- en gebruik kunnen maken van de faciliteiten zoals de Generatiepactregeling, zoals die door RAS worden uitgevoerd en aangeboden. RAS heeft nooit en te nimmer aangegeven dat [eiseres] en haar werknemers op enig moment ten tijde van de vrijwillige aansluiting geen gebruik meer konden maken de regelingen, waaronder de Generatiepactregeling. Het blijkt ook nergens uit de stukken, reglementen of wat dies meer zij dat [eiseres] enkel cao-premies afdraagt (vanwege het solidariteitskarakter), maar dat zij en haar werknemers daar vervolgens geen aanspraak op kunnen maken. RAS heeft dit ook op geen enkele manier kenbaar gemaakt. [eiseres] mocht er dan ook gerechtvaardigd op vertrouwen dat de relatie met RAS is voortgezet op gelijke wijze en dat haar aanspraak op de cao-faciliteiten, zoals de Generatiepactregeling, zoals die door RAS worden uitgevoerd en aangeboden, altijd gewoon is blijven bestaan en is voortgezet.
Gerechtvaardigd vertrouwen
4.7.
De kantonrechter oordeelt het beroep van [eiseres] op gerechtvaardigd vertrouwen, gegrond. Als niet, althans onvoldoende weersproken staat immers vast dat:
(1) [eiseres] sinds jaar en dag aangesloten is bij Bpf Schoonmaak, voorheen op basis van een verplichte aansluiting, waarbij wel een automatisch recht op cao-uitkeringen bestaat, en later op basis van een vrijwillige aansluiting, waarbij geen automatisch recht op cao-uitkering bestaat, maar waarbij
(2) RAS al die jaren zonder onderbreking premies in rekening heeft gebracht en heeft geïncasseerd voor cao-regelingen, zonder aan [eiseres] mede te delen dat er geen cao-aanspraken meer waren, nu er sprake was van een vrijwillige aansluiting, en
(3) RAS de werknemers van [eiseres] (tot twee keer toe) zelf actief heeft benaderd met de uitnodiging om deel te nemen aan de Generatiepactregeling.
Hiermee heeft RAS de schijn gewekt dat [eiseres] en haar werknemers aanspraak hadden op- en gebruik mochten maken van alle faciliteiten als uitgevoerd door RAS, meer in het bijzonder deelname aan de Generatiepactregeling, omdat [eiseres] hier jarenlang zonder onderbreking premie voor heeft betaald en nog steeds betaalt.
4.8.
Het verweer van RAS dat [eiseres] aan cherry-picking doet, omdat zij
“jarenlang de vruchten heeft geplukt van een cao-loze periode, maar zich nu wel - wanneer er iets te vorderen valt - direct bij RAS meldt”kan de kantonrechter, bezien in het licht van het vorenstaande, dan ook niet plaatsen. Hetzelfde geldt voor de stelling van RAS dat het misschien als onzorgvuldig kan worden bestempeld dat zij vanwege een door het Bpf Schoonmaak aangeleverd mail-bestand, werknemers van de vrijwillig aangesloten ondernemingen heeft meegenomen in de correspondentie voor bedrijven die verplicht aangesloten zijn, waardoor ook zij een oproep hebben gekregen, maar dat er hierdoor
“nog steeds geen misverstand over kon bestaan wanneer de Generatiepactregeling van toepassing was en wanneer niet”.Dat hierover wel degelijk een misverstand kan ontstaan, blijkt immers uit onderhavig geschil.
Bovendien heeft RAS, nadat de eerste aanvraag van de werknemers van [eiseres] in december 2022 door RAS was afgewezen, hen in het voorjaar van 2023
opnieuwbenaderd voor deelname. Hiermee heeft RAS wel degelijk de schijn gewekt dat [eiseres] en haar werknemers mochten deelnemen aan de Garantiepactregeling.
Wat betekent het geslaagd beroep van [eiseres] op gerechtvaardigd vertrouwen voor de door haar ingestelde vorderingen?
4.9.
Gelet op het vorenstaande mochten [eiseres] en haar werknemers er gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij aanspraak hadden op en gebruik mochten maken van alle faciliteiten als uitgevoerd door RAS en waar [eiseres] premie voor heeft betaald en nog steeds betaalt, meer in het bijzonder deelname aan de Generatiepactregeling.
4.10.
De gevorderde verklaring voor recht onder 2), die inhoudt dat [eiseres] en haar werknemers aanspraak hebben op en gebruik mogen maken van alle faciliteiten als uitgevoerd door RAS en waar [eiseres] premie voor heeft betaald en nog steeds betaalt, meer in het bijzonder deelname aan de Generatiepactregeling, is daarom toewijsbaar.
Hierbij neemt de kantonrechter voor de toekomst in aanmerking dat gesteld noch gebleken is dat de werknemers van [eiseres] , gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, geen gebruik zouden kunnen maken van Generatiepactregeling, waarbij de kantonrechter mede de bevoegdheid van het bestuur van RAS in aanmerking neemt om gebruik te maken van de zogenoemde hardheidsclausule waarin de Garantiepactregeling voorziet. Deze is vastgelegd in Bijlage XVII, artikel 11, van de cao Schoonmaak en luidt als volgt:
“Artikel 11
HARDHEIDSCLAUSULE
Als de bepalingen in dit reglement in individuele gevallen of in categorieën van gevallen leiden tot niet voorziene of onbedoelde gevolgen kan het bestuur van de RAS een afwijkende beslissing nemen die tegemoetkomt aan de bedoelingen van deze regeling”.
4.11.
De gevorderde verklaring voor recht onder 1) is echter niet toewijsbaar en hetzelfde geldt voor de verklaring voor recht onder 3) en de vorderingen onder 4) tot en met 9).
De kantonrechter overweegt daartoe het volgende.
4.12.
De gevorderde verklaring voor recht onder 1)is niet toewijsbaar, omdat in deze procedure zonder nadere bewijslevering niet kan worden vastgesteld dat “ [eiseres] en haar werknemers voldoen aan de door RAS gestelde voorwaarden voor deelname”.
De kantonrechter kan dit dan ook niet voor recht verklaren.
4.13.
De gevorderde verklaring voor recht onder 3) en de veroordeling onder 4)is evenmin toewijsbaar. Hierbij is van doorslaggevend belang dat [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat desbetreffende werknemers waarvoor met terugwerkende kracht deelname aan de Garantiepactregeling wordt gevorderd, inmiddels met pensioen zijn. Zij hebben en kunnen dus geen aanspraak meer maken op de Garantiepactregeling.
4.14.
De voorwaardelijke vordering onder 5)is niet toewijsbaar omdat de voorwaarde waaronder veroordeling wordt gevorderd niet is vervuld. De kantonrechter heeft immers geoordeeld dat [eiseres] en haar werknemers wèl aanspraak kunnen doen gelden op de faciliteiten en regelingen als door RAS uitgevoerd (waaronder de Generatiepactregeling).
4.15.
De onder 6) gevorderde veroordelingtot terugbetaling van premies vanwege niet nakoming worden ook afgewezen, want [eiseres] is op basis van de uitvoerings-overeenkomst met Bpf Schoonmaak contractueel verplicht om deze cao-premies aan RAS te betalen.
4.16.
De onder 7) gevorderde veroordelingtot terugbetaling van premies wegens (oneigenlijke) dwaling is - om dezelfde reden als onder 4.16 overwogen - evenmin toewijsbaar. RAS heeft enkel op basis van hetgeen Bpf Schoonmaak met [eiseres] heeft afgesproken in de uitvoeringsovereenkomst, cao-premies gefactureerd en geïnd. Zij heeft daarbij geen “zaken anders voorgesteld, dan dat deze zouden zijn”, zoals door [eiseres] wordt gevorderd.
4.17.
De onder 8) gevorderde veroordelingtot schadevergoeding wordt ook afgewezen, omdat gesteld noch gebleken is dat [eiseres] - anders dan de aan RAS betaalde premie die zij contractueel verschuldigd is aan Bpf Schoonmaak - schade heeft geleden, doordat betreffende werknemers deelname aan de Grantiepactregeling is geweigerd. [eiseres] is immers geen vergoedingen misgelopen, simpelweg omdat haar werknemers tot aan hun pensioen hebben doorgewerkt.
4.18.
De onder 9) gevorderde veroordelingtot integrale betaling van de daadwerkelijk door [eiseres] tot en met de aanvang van deze procedure reeds gemaakte noodzakelijke kosten van rechtsbijstand, worden afgewezen, omdat daarvoor geen grondslag bestaat. De kantonrechter vindt niet dat RAS misbruik gemaakt heeft van procesrecht.
4.19.
RAS is de overwegend in het ongelijk gestelde partij en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
115,12
- griffierecht
1.409,00
- salaris gemachtigde
1.732,00
(2 punten × € 866,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.400,12
4.20.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
verklaart voor recht dat [eiseres] en haar werknemers aanspraak hebben op en gebruik mogen maken van alle faciliteiten als uitgevoerd door RAS en waar [eiseres] premie voor heeft betaald en nog steeds betaalt, meer in het bijzonder deelname aan de Generatiepactregeling;
5.2.
veroordeelt RAS in de proceskosten van € 3.400,12, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als RAS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt RAS tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.

Voetnoten

1.Zie productie 2 bij dagvaarding.
2.Dit is vastgelegd in artikel 44 lid 4 van Pro het desbetreffende besluit.
3.Zie productie 3 bij dagvaarding.
4.Zie productie 4 bij dagvaarding.
5.Zie productie 7 bij dagvaarding.
6.Zie bijlage XVII, artikel 7 van Pro de cao Schoonmaak.
7.Dit heeft de Hoge Raad voor het laatste bevestigd in zijn arrest van 19 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1325.
8.De onderstreping is ter verduidelijking door de kantonrechter aangebracht.